'Een dineetje?... Wij?... Waarom?'
'Ik lees daarnet in dit boek van zo'n dol-leuk dineetje. En bij Van Leeuwen geven ze elk ogenblik een dineetje. En dan komt Suus op school met pistaches en dan weer met een menu om van te watertanden... en telkens krijgt ze een nieuwe jurk... en er komen heren in smoking... en die maken haar dan het hof... Zo iets moesten wij toch ook eens hebben!'
'De Van Leeuwens zijn rijk...'
'Bij Daalmans is ook elk ogenblik wat. Margo zegt het zelf. En die zijn niet rijk...'
'De Daalmans maken schulden - ik moest het misschien niet zeggen... maar ik weet dat het zo is...'
"k Vind het helemaal niets erg...'
'Niets erg om schulden te maken? Niets erg om anderen te benadelen, te bestelen?'
'Och... altijd dadelijk dat gepreek... die grote woorden... Margo Daalmans heeft intussen maar een heerlijk leventje, die profiteert er lekkertjes van. Pas weer een nieuwe jersey...'
Marianne zuchtte... Fransje trok met een ruk en een binnensmonds gebrom het boek weer naar zich toe. Om het kind niet met doelloos stilzitten te irriteren, nam Marianne het eerste deel van Drews voor zich en begon het open te snijden. Al gauw grepen een naam, een citaat, een volzin haar beet, en ze zat verdiept, als uren ver weg, voordat ze 't wist...
'Moek...'
Ze hoorde het wel, maar antwoordde niet; Frans moest nu toch langzamerhand begrijpen, dat ze niet altijd klaarstaan kon om te luisteren en te antwoorden. Maar haar aandacht was van het boek afgerukt en al wat ze nu eigenlijk deed, was zich afvragen of Fransje haar zwijgen als afwijzing begrijpen en aanvaarden of niets begrijpen of wel begrijpen en koppig, trots, toch doorzetten zou...
'Moek... je hoort me best...'
Nog hield Marianne zich lezende; even wachtte het kind, smakte dan ineens de ellebogen op tafel. 'Dan maar niet...'
'Maar kun je me dan geen ogenblik met rust laten?'
'Ik zeg nu toch al niemendal meer. Lees maar gerust door!...'
177