Ze zag het kind kampen tegen haar onwil, haar afkeer van brievenschrijven en dan aan tante Clara... en dan nog wel die dokterspraatjes over Jaap. Had ze 't eigenlijk mogen vragen?
'Morgen... mag het dan morgen, Moek? Ik zit juist zo prettig te lezen. Geen huiswerk vandaag!'
'Doe je 't dan werkelijk, morgen? Niet boos worden als ik je eraan herinner?'
'Neen... maar zeur er dan nu niet langer over...'
Dit was de toon, die Marianne altijd weer, tegen beter inzicht in, tot boze uitvallen prikkelde. De superioriteit van de volwassene boven het kind achtte ze een absurde ongegronde aanmatiging; bij elke gelegenheid, ook in Fransjes bijzijn, erkende ze openlijk, dat de kinderen alle rechten en de ouders alle plichten hebben, en toch... was het misschien, sterker dan de rede in haar werkende, het oude taaie 'eert uw ouders' dogmatisme, of was het eenvoudig de gekrenktheid van iemand die overal elders door vreemden en alleen niet in eigen huis door een eigen kind wordt gerespecteerd en ontzien, of was het wellicht het heimelijk zelfverwijt dat haar opvoeding, haar tekort aan opvoeding, het kind zo onbeheerst in haar uitingen had gemaakt?
Ze vroeg het zich af, terwijl ze het pakketje openmaakte... maar zodra ze de nieuwe, verse boeken uit de ritselende papieren genomen had, voelde ze alleen nog de vreugde om het nieuw en vers bezit... Wundts Völkerpsychologie en Drews' Christusmythe.
Ze liet zich op de tast neer in de eerste de beste stoel, de boeken op haar schoot. En een hete gretigheid greep haar beet, nu ze begon te bladeren in een der onopengesneden, naar drukinkt riekende delen, die jachtigheid, die ze goed in zichzelve kende, als een zenuwkramp, als kon geen enkel ding wachten, als moest ze werken dag en nacht, om gereed te zijn, voor ouderdom, zwakte, dood haar achterhalen kwamen. En naarmate haar minder tijd en rust en vrijheid waren gegund, naarmate haar leven meer werd uiteengereten en verbrokkeld, haar geest verdeeld, heen-en-weer gesmeten, en wreedaardig van zichzelf en zijn hoogste weelde vervreemd naar diezelfde mate namen drang en jachtigheid in haar toe. 'Je moet van je werk genieten,' raadde Harry haar soms, maar ze kon het niet. Al wijder openden zich
174