'Hè, Moek... laat die vervelende jongen ophouden, laat die vervelende jongen naar bed gaan...'
'Ik ging werkelijk naar bed, Jaap, als ik jou was!'
'Nog zo vroeg! 'k Ben toch geen baby...'
'Naar bed gaan is geen kwestie van groot of klein. Ik ben straks wel om half vijf naar bed gegaan. Hoe klein moest ik dan wel wezen? Neen, Jaap, nu niet weer zo mal gaan lachen! En dat gegeeuw kun je óók wel een beetje bedwingen.'
'Als jij me naar bed brengt... dan ga ik...' dwong de doodvermoeide jongen.
'Ik kom je toestoppen...'
'Neen, helemaal brengen... bij me blijven terwijl ik me uitkleed... en dan toestoppen.'
'Lijs...' smaalde Fransje over haar boek.
'Gauw dan maar...'
Toen Marianne een klein halfuur later weer beneden kwam, geeuwerig en nerveus van Jaaps geeuwen en nerveuzig treuzelen, zag ze in een schokje van blijde verrassing het pakketje van de boekhandelaar met haar brieven op tafel liggen. Ze las eerst de brieven - een van Uhland, waarin hij nog een paar inlichtingen gaf, en haar aan haar belofte van die morgen herinnerde, een van de redactie van de Philosophische Bladen om wat haast te maken met de toegezegde kopij, en een angstige brief van tante Clara over Jaap; die diende ze eigenlijk dadelijk wel even te beantwoorden! Ze stond aarzelend, peinzend met het blaadje in de hand bij de tafel en tuurde in de lamp...
'Nieuwe boeken voor jou, Moek?'
'Ja...'
'Maak eens open!'
'Ze zullen je niet interesseren. Het zijn allemaal 'geleerde' boeken. Vaders cadeau voor mijn verjaardag nog!'
'Rare cadeaus vraag jij... Ben je een blauwkous Moek?'
Ze lachte even. 'Ik hoop het niet, kindje! Je moet de groeten hebben van tante Clara... Hè ... Frans... zou jij haar even willen schrijven over Jaap, dat hij niet naar buiten hoeft... dat dokter Merckelbach het niets erg inziet... alleen veel eten en veel rusten, schrijf dat maar, wil je?'
173