Uit het leven van een denkende vrouw

Titel
Uit het leven van een denkende vrouw

Jaar
1920

Druk
1985

Overig
herdr 1985

Pagina's
181



'Overleg nu alles nog eens kalm met Leen; zometeen kom ik beneden, over vijf minuten, en na tafel zien we dan wel. Laatje Jaap zijn handen wassen?'

'Ja... Moekie...'

'Je moeder is veel te goed voor je...' hoorde ze, vlug uit het bed gekomen om de opengebleven deur te sluiten, op de gang de oude Lena zeggen en geroerd bleef ze staan, nu ze Fransjes beschaamde antwoord verstond: 'Dat is ze eigenlijk ook, Leen...'

Dan zuchtte ze, terwijl ze, op de rand van het bed gezeten, zich naar haar kousen bukte. Och ja... ze meende dat nu wel... voor 't ogenblik... en ze had ook wel gauw berouw, maar juist die voortdurende afwisseling van driftvlagen als losse onweersbuien en onstuimige betuigingen van berouw, dat werkte in zo hoge mate afmattend, zo slopend op haar zenuwkracht. Jaap wilde bezig gehouden worden, naar bed gebracht, voorgelezen, vertelseltjes verteld, Jaap kostte tijd, maar er ging toch rust van hem uit -, maar zij, met haar altijd-opvlammende begeerten naar dit en naar dat, haar invallen, haar snel-wisselende neigingen, haar haken naar luxe en plezier, haar beweeglijkheid daarbij, zodat ze meestal meer danste dan liep door de kamer, meer woelde dan zat op haar stoel, kopjes omgooide, kleedjes afsleurde in haar vaart -, zij was de onrust zelf. En toch... beduidde dit alles immers niets dan levenslust en levenskracht, het joyeuze geweld van haar uitknoppende, uitbarstende jeugd, van het openbrekende leven dat zich haast om toe te grijpen, te smaken, te tasten, te bezitten, voordat de tijd is voorbij gegaan. En dan... herkende ze niet duidelijk in het complex van Fransjes eigenschappen hen beiden: Harry's verfijnde zin voor wat mooi en harmonisch was, en haar eigen hartstocht, die zich in haar kind richtte op het bemachtigen van wat ze begeerde, op het bezit van wat haar had bekoord? O, voorzeker, Fransje was een kind om trots op te zijn, om blij mee te zijn, met haar mooie gezicht, haar klare, wijd-open ogen, in welks diepten niets dan reinheid en oprechtheid school, haar fiere, eigen-willige mond,... maar juist die eigenwilligheid, dat opvliegen tegen elke vermaning, tegen elk verbod, dat altijd-waakzaam verzet tegen ware en gewaande kleinachting, dat staan op wat ze met onverbiddelijke en

68

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.