gymbal ga... dan hebben jullie 't allebei mis...'
'Maar je wéét toch dat ik die heel-korte mouwen lelijk vind! Leen heeft groot gelijk... je hebt groot gelijk Leen... en de hals kan altijd verwijd worden... te hoog is beter dan te laag, daar zou geen verhelpen aan zijn...'
'De mouwen moéten korter,' hield het kind aan, koppig... 'als Leen het niet wil doen, dan doe ik het zelf. Waar is de schaar? Geef op de schaar!'
Marianne voelde zich wit en duizelig worden van plotseling-opkomende drift.
'Hou nu in de eerste plaatsje mond en ga naar beneden... ga naar beneden en laat me even met rust...'
'Met rust... je ligt hier al meer dan een uur... en 't is mijn kamer, 't is mijn eigen kamer...'
Met een ruk keerde Marianne het gezicht naar de muur.
'Neem haar mee, Leen,' zei ze dof, 'neem haar mee naar beneden.'
'Moek...' Eer ze 't vermoeden kon, plofte het kind zich schreiend boven op haar lijf. 'Moek... och... ik meen het zo niet... wees weer goed op me...'
Ze trachtte het kind van zich te duwen.
'Nee Frans... nu niet... ik kan nu niet... toe kind... het maakt me zo ellendig... al die buien... die plotselinge overgangen...'
Maar Fransje hield zich met haar volle zwaarte krampachtig boven op haar geklemd.
'Eerst goed worden... niet meer boos zijn... Ben je niet meer boos?'
'Neen... ik ben niet meer boos...' fluisterde ze moeilijk, nauwelijks in staat haar weerzin te bedwingen, tegen de geforceerde omhelzing, de opgedrongen verzoening na de rauwe, wrede stoornis, waartegen haar hele wezen machteloos bleef wrokken.
ik geloof je niet... je bent toch boos!'
'Och Fransje... toe... toe... ga nu weg, je maakt het al erger...' tranen braken haar uit de ogen en schenen, vreemd, haar wrok en weerzin op te lossen, haar in drift plotseling verharde wezen te verweken, ze stak nu zelf een hand uit naar het kind, dat zich opgeheven had en traag verwijderde.
167