Uit het leven van een denkende vrouw

Titel
Uit het leven van een denkende vrouw

Jaar
1920

Druk
1985

Overig
herdr 1985

Pagina's
181



traind op alle werk in hun bijzijn, uitgezonderd de definitieve formulering - en als ze sliepen, kon ze nog een uurtje, desnoods een halfuur, verder gaan aan een pasbegonnen opstel over realisme. Realisme... werkelijkheid. Was er wel één woord onder de vele, die mensen op de lippen voeren, zonder hun betekenis ook maar bij benadering te beseffen - waarmee zo gedachteloos werd gesold als met dit woord... werkelijkheid. Was het niet ook karakteristiek voor onbegrip van de tijd dat geen der zich noemende realisten, beschrijvers der werkelijkheid, ooit een afdoende verklaring, een begrenzende definitie hadden beproefd van wat dan eigenlijk - tegenover andere 'onwerkelijke' dingen - realiteit mocht heten? Hoe kon het één 'werkelijk' zijn boven het ander, in een wereld, welke heel-en-al was: Verwerkelijking van de geest! In dit alles-omvattende diende dan redelijkerwijs wel onderscheiding gemaakt — want daarzonder was geen beschouwing, bleef geen bespreking mogelijk -, doch wat kon armzaliger zijn dan de blote buitenkant der dingen bij uitstek 'realiteit' te willen heten waar het te kennen wezen van elk ding juist achter die buitenkant school—, wat weer niet wegnam dat ook die buitenkant op zijn wijze tot de algemene werkelijkheid behoorde. Maar dit als het bij uitstek reële te willen aandienen!.. . Hoe dan wel echter diende de al-omvattende Werkelijkheid - het leven-zelf- in werkelijkheden van verschillende aanleg onderscheiden?

In een door allen zintuiglijk waar te nemen normale 'werkelijkheid' en visioenen van dronkaards, zieners en gekken? Het was de onderscheiding der 'wetenschappelijken', die aan veelvuldigheid van oordeel objectieve 'bewijzen' pogen te ontlenen -, als waren het collectieve oog en het collectief verstand betrouwbaarder dan het individueel oog en de individuele rede! Comte had van Plato die onderscheiding geëist, en geschamperd omdat de denker rechtens aarzelen bleef voor de willekeurige begrenzing tussen 'normale waarneming' en 'visioen'. Shaw had althans beter begrepen en, Ibsen noemend 'realist', nadrukkelijk te kennen gegeven, dat hij bij het begrip 'realisme' niet dacht aan Zola en Maupassant, maar aan Plato! Het realisme van Plato, van Ibsen, van Spinoza, van Erasmus, van Swift, van

164

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.