hemelse, als de lokmiddelen waarmee het Absolute Leven mensen opdrijft naar de enig-reële en eeuwig noodzakelijke activiteit, voorwaarde tot die zelfontplooiing en die zelfonderscheiding van dat Absolute Leven. En schoon geen mens meer Licht omtrent deze dingen verkreeg, dan zijn geestelijk oog lijden kon, - welk oog was sterk genoeg, om altijd in de structuur der Eeuwige Doelloosheid te schouwen, zonder te versagen? Zo waren er ogenblikken, dat ze zich verdoemd voelde, dat ze de blinde ophemelaars van rotte en zotte organisaties benijdde, dat ze dorstte naar het kinderlijke zelfvertrouwen der bouwers aan toekomstpaleizen, naar de pedante hoogmoed van systemen-knutselaars en tabellen-trekkers, naar de onwrikbare zelfgenoegzaamheid van theosofen en Marxisten met hun formules als ezelsbruggetjes, hun wonderzalfjes voor alle kwalen, hun sleutels op alle raadselen... zelfs naar de botte gemoedsrust van kletsers en zwetsers, van geestelijke leeglopers pronkend aan bittertafels met andermans gedachten, met de gestolen woorden en termen van andermans gedachten... dat ze bitter benijdde het goedkope succes van de een of andere moderne Klaasje van der Gracht, roem oogstend met een 'lieve stem' en zalvend geleuter, jonglerend met grote namen en dikke woorden, Rembrandt en Da Vinei... Da Vinei en Rembrandt, bloedeloze oude-juffrou-wen gelukkig makend met het besef, dat ze begrepen wie Rembrandt en wie Da Vinei waren geweest...
Maar nu was het anders, nu prangende vermoeidheid van al te veel zorg, de bitterheid tegen een lot dat haar geen bestaan in overeenstemming met haar aanleg had toebedeeld, nu dit alles voor het ogenblik van haar afgevallen was, nu voelde ze weer het puur en onzegbaar-heerlijk begrijpens-geluk,... het geluk dat Socrates moest hebben gevoeld, toen hij sterven boven zwijgen koos en voor zijn rechters getuigde dat 'een niet-onderzocht leven niet levenswaard' mocht heten...
Straks zou ze opstaan, naar beneden gaan, rustig eten met Harry, met de kinderen, met goede grootvader - en dan zou ze werken. Als dan nu met de avondpost de nieuwe boeken kwamen, dat zou wel heerlijk zijn! Dan zou ze lezen en noteren en uittrekken, zolang de kinderen nog opwaren — sinds lang ge
163