En voorzichtig, zoals een jongen met tastende voet het broze ijs beproeft, ontsloot ze de poort naar haar dierbaarst binnenleven, haar heerlijkst geestes-bezit: het werk, waaraan ze bezig was. O, zaligheid, het benauwde prangen om haar hoofd bleef uit, geen pijn schoot haar door de leden... ze was toch nog wel sterk en taai, dat dit, na een dag als vandaag, het resultaat kon zijn van één kwartier rustig sluimeren. Maar het moest ook, want ze moest leven, sterk zijn, gezond blijven, om alles af te doen, wat ze zich voorgenomen had.
In een ijl-goud licht zag ze het grote visioen, de arbeid van haar komende jaren, nu al reeds door menig 'idealist' smalend of bedenkelijk 'negatief genoemd, het afbreken en weerleggen, het neerslaan van ongegronde stelligheden, het meedogenloos in hun voosheid aantasten en analyseren van dogma's welke door hen die ze heten aan te hangen, zelfs niet meer begrepen, immers voortdurend onbewust weersproken worden,... de hete, zware strijd tegen de frasenmakerij, tegen het onbekookte, het ondoordachte, het onsamenhangende en inconsequente gebazel, dat op elke streng van het geestelijke leven als een woekering zat vast gegroeid, de kamp tegen de Leugen. 'The time is out of joint...' hoe dikwijls had ze zich Hamiets woorden te binnen gebracht en in moede en moedeloze ogenblikken, wanneer ze haar bestemming als een vloek en een noodlot voelde al te zwaar, daar zijzelf immers het best haar streven onvervulbaar wist, een Moeten zonder doel, zonder hoop op resultaat, vol bitterheid en het overige bij gedacht. 'O, cursed spite, that ever I was bom to set it right.'
Want juist hun, die geroepen waren om andermans ongegronde stelligheden te weerleggen en op te heffen, met het scherpe mes van de Rede vlijmend te kerven in de spinsels der redeloosheid, juist hun was, krachtens diezelfde hun-alleen toebedeelde volmaakte Redelijkheid ook generlei illusie omtrent het 'doel' van hun eigen werkzaamheid gelaten. Zij alleen hadden het besef der eeuwige Doelloosheid van een Zijn, dat slechts zelfontplooiing en zelfonderscheiding tot oogmerk heeft, te dragen gekregen, zij alleen onderscheidden alle hopen en geloven en wensen, elke illusie en elke toekomstdroom, aardse en
162