Uit het leven van een denkende vrouw

Titel
Uit het leven van een denkende vrouw

Jaar
1920

Druk
1985

Overig
herdr 1985

Pagina's
181



licht zag ze zijn koude, grijsgroene ogen met het troebele wit en de dunne, kleurloze wimpers en ze hoorde zijn stem, afwerend, hooghartig:

'Zoudt u zo goed willen zijn geen vragen te stellen, voordat het onderzoek afgelopen is?'

'Pardon...' ze keerde zich naar het raam en starend tegen de grauwe, vocht-geplekte achterhuizen aan de overzijde, dacht ze, in een rilling van weerzin, wat een kwak... wat een voze humbug! Wat zal hij straks zijn hart ophalen aan de mama van Henritje-lief, die misschien van 'mangelen' maar zeker niet van tonsil-len spreekt! Wat zal hij dan heerlijk poseren als de neerbuigende hooggeleerde, de genadige ongenaakbare, zalig zwelgen in het sidderend ontzag van de mevrouwtjes met geparfumeerde zakdoekjes en korte dikke beentjes, die zijn woorden opvangen als orakelspreuken, zijn receptjes aannemen met bevende vingers als de toverformules, waarmee hij ziekte en dood bezweert. En ze dacht aan wat haar schoonvader altijd zei, dat de mensen de dokters zo willen, de dokters zo maken, maar hij zelfwas intussen openhartig en eenvoudig gebleven, grif met de erkenning dat hij niet wist, dat hij zich had vergist en mocht dan, zoals Harry volhield, zijn praktijk wel hebben geleden onder zijn afkeer van de onfeilbaarheids-pose en de alwetendheids-hum-burg, hij had zijn karakter, zijn ziel gered en was er toch gekomen!

Na zijn laatste woorden was een suizerige stilte blijven heersen, alleen verbroken door zijn korte, koele, maar niet onvriendelijke bevelen aan de jongen en het geluid van diens langzaam ademen en hoorbaar zuchten. Marianne stond aan het raam en verroerde zich niet. Een paar maal ving ze een bevreemde blik uit Jaaps ogen - haar zwijgend op een afstand staan verbaasde hem blijkbaar; als grootvader hem onderzocht, stond moeder immers vlak bij en praatte met grootvader en tegen hem; nu lachte ze hem alleen maar even toe en wenkte dat ze niets zeggen kon. Zo vlug volgde de knaap elk bevel, zo onmiddellijk begreep hij de bedoeling, dat de dokter ineens vroeg, vriendelijker dan tot nu toe:

'Je bent zeker wel eens meer onderzocht, nietwaar?'

156

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.