zonder iets te zeggen een deur vlak bij. De spreekkamer was klein en volgepropt met meubels waarvan geen twee stuks bij elkaar hoorden, als van een verkooplokaal; blijkbaar werden al de sta-in-de-weg's uit het hele huis hier opgeborgen. Marianne had het gevoel dat het in die volte tussen de ouderwets zware gordijnen ook zonder de gloeiende kachel benauwd zou zijn geweest.
Tot haar verluchting zag ze maar één dame, aan het raam gezeten, terwijl haar zoontje, een plomp, kort ventje van een jaar of acht bij de middentafel op één been wiebelend in een prentenboek stond te bladeren. Aan de snit van het eng-sluitend mantelpak, de vorm en garnering van de hoed, de kleur van het tasje in de schoot tussen de breed-gespreide korte beentjes en het deftig-minzame knikje had Marianne dadelijk de gezeten burgerdame met mondaine ambities herkend. Blijkbaar blij, dat ze gezelschap kreeg, zette ze zich dadelijk tot een knusse moeders-conversatie.
'Kijk eens, Henri-tje-lief, nog een jongetje!'
Marianne had zich aan het andere raam gezet, Jaap bleef vlak naast haar stoel en scheen voor de rol van 'nog een jongetje' te bedanken, ze was op het punt hem met een wenk, een duwtje tot wat toeschietelijkheid tegen het jongere ventje aan te manen, dat van zijn boek opgekeken had bij hun binnenkomen. Dan zag ze ineens tot haar schrik, aan het glazige staren van de bolle, blauwe ogen, de botte grijns om de slappe mond met de grote, onregelmatige tanden, dat Henri-tje-lief op het allerminst héél achterlijk moest zijn. Voor ze 't wist, waren haar ogen van de jongen naar zijn moeder gegaan. Die knikte als beantwoordde ze een vraag, toestemmend en meewarig, vol week zelfbeklag, maar met een knipoog die betekenen moest dat ze dolgraag meer had willen zeggen, maar niet kon, om Jaap.
Aan de andere kant van de door een zware voorhang nog eens dubbel afgesloten tussendeuren klonk afwisselend dof gemompel, een temende vrouwenstem en het bittere, als verontwaardigde huilen van een gekwelde zuigeling. Arme Jaap..., het werd hem wel aan 't verstand gebracht, dat hij bij de kinderdokter was; een baby en Henri-tje-lief! Maar nu ging hij toch ook
152