vraag haar niets vandaag, ik heb 't bij haar verbruid. Hier Jaap, je melk. Zul je flink drinken?'
'Ja, Moek!'
'Hutspot... bah... dat akelige goed, dat ik haat. En je weet het Moek! Je zegt het weer alleen om mij te plagen.'
Marianne haalde de schouders op.
'Neem dan maar een boterham...'
'Is er niets dan kaas en die nare leverworst?'
'Jam en koek...'
'Och, al dat zoet. Geef dan maar kaas...'
'Ga nu zelf ook wat eten, moeder!' maande Harry.
'Zo dadelijk. Eerst voor Dien. Een lekker sterk kopje koffie, Fransje?'
Blij verrast, dadelijk-vertederd, keek het kind naar haar op.
'Dol! Als 'k mag?'
'Je mag, vandaag...' En terwijl ze, onder 't even-bevreemd opkijken van Harry en Jaap het kopje voor haar dochtertje klaarmaakte, vroeg ze zichzelf af: 'Ach, waarom zei ik het dan ook eigenlijk, van die hutspot? Ze heeft gelijk, ik weet, dat ze er van griezelt. En dat ze veeleisend en kieskeurig is, dat weet ik nu toch ook al zo lang...'
'Moek... luister eens... 't is nu heus helemaal uit tussen Margo en die jongen Elzinga. Ze heeft hem met Nel Langelaan op het ijs gezien. En een scène! We hebben ons dood-gelachen...'
'Heus?' En ze dacht: dadelijk na de koffie even die correctie... als 't dan niet te veel tegenloopt met de trams, kom ik nog geen kwartier te laat bij de dokter...
'Die jongen Elzinga is dat die lange Henk Elzinga, die al in de vierde zit op 't gym?' vroeg Jaap. 'Bemoeit die zich met zulke kleine nesten als jullie?'
'Nesten... wij? En Margo die in de derde zit bij ons en Nel Langelaan die bijna zestien is. Je bent mal, jong!... En Moek... Hessie Meursink is van 't jaar al naar veertien bals geweest... hoe vind je dat?'
'Aardig... leuk!...'
'Aardig... leuk,' bauwde Fransje haar verstrooide toon na, ineens boos-rood en geprikkeld. 'Wat is dat nu voor een ant
148