zich sinds lang geen werkelijke vakantie meer gunde, en haar enige vakantie bestond in een koortsachtig voortwerken, als de kinderen eens een enkele week weg waren, bij tante Clara of bij tante Loek. Nooit langer, want het ergste was, dat zij ze zelfs niet missen kon, een lichamelijk tekort, een voelbare leegte onderging van hun afwezigheid, met een aanhoudende angst voor hun veiligheid en hun gezondheid. Ook wilde ze niet dat ze zich elders gelukkiger zouden voelen dan bij haar, terwijl ze toch evenmin haar geprikkeldheid kon bedwingen wanneer ze al te zeer haar als hun eigendom, het willoos voorwerp van hun wensen en vermaken beschouwden...
Er waren ogenblikken dat het haar was als duwde haar een boosaardige zware hand naar de bodem van een donker, diep water -; altijddoor werken natuurlijke veerkracht en de onverzettelijke wil om het oogmerk van haar leven te vervullen, tot haar bevrijding, altijddoor blijkt de hand sterker, niet af te schudden, tot er tenslotte niets overblijft dan de wens dat het maar eindigen mag, eindigen in haar ondergang en haar dood... en dan zong het door haar heen, het oude lied op een andere wijs 'Rather than live where such things can be, let me die...'
Koud van het zitten, de pijnlijke dompe zenuwkramp in knieën en polsen, spijtig om het verloren uur, dat immers toch geen baat aan rust had gebracht, stond ze op, staarde even voor zich uit en ging langzaam naar de spiegel. Moest ze niet ook nog even haar haren overdoen? Ze keek zonder veel aandacht, maar schrok terug, zo bleek en oud vond ze zichzelf ineens... als was het restje van haar jeugd haar, eer ze 't kon weerhouden, onverhoeds ontsnapt. Dan vroeg ze zich af: kon 't haar eigenlijk wel heel veel schelen? Nee, heel veel kon het haar niet schelen. Het schrijnend wee om de eerste grijze haren, de eerste rimpels, zó vaak beschreven gelezen, had ze nimmer aan den lijve gekend... ondanks eerste rimpels en eerste grijze haren zag ze er trouwens jonger uit dan haar negenendertig jaar, ze mocht dat Harry en Terp soms wel graag horen zeggen en er waren fleurige dagen dat het haar zelf ook trof bij een toevallig ontmoeten van haar eigen spiegelbeeld —, veel en diep hield het haar nochtans niet bezig - maar nu zó onvermoed en eigenlijk voor het eerst van
146