wordt... soms om bijna niets... dan weet ik me helemaal geen raad!'
Ze peinsde even.
'Tante Clara kon altijd goed met Fransje overweg...'
'Zou ze willen... als het moest?'
'We kunnen het vragen. Weetje overigens wel dat ze ook al negenenzestig is? Maar je zou het niet zeggen, dat is zeker. En misschien wil ze het zelf, als een afwisseling. Ze mist oom zo vreselijk...'
'Ja... begrijp jij daar iets van? Die tiran... en na al dat tobben. En zo als hij was in zijn laatste ziekte, zo veeleisend en kwaadaardig... tot het eind toe. Niemand heeft begrepen, hoe ze het uithield, dag en nacht alleen met zo'n man... en een verpleegster dan... maar ja... Zou je toch zeggen, dat ze zich opgelucht moest voelen. Maar neen...'
'Een mens hecht aan zijn ketenen!' lachte ze even. 'Maar laat me nu gaan, vent...'
Hij greep haar hand, blij, onmiddellijk voelend dat haar stemming wat opfleurde.
'Toch écht hè, Jannie-kind, dat die Uhland bij jou kwam. Hoorde je wat hij zei? Alleen eerste-rangsmensen! Dat ziet hij dan nu toch eindelijk in! Zeg eens eerlijk, vind je 't niet écht?'
Ze liet zich, lachend om het jongensachtige woord, neertrekken op de leuning van zijn stoel.
'En als dan later je nieuwe boek uitkomt... en je bundel studiën van 't jaar al... Dat had ik Uhland toch eigenlijk eens moeten vertellen, dat daar drie uitgevers om gevochten hebben... Vochten er maar drie kunstkopers om mij...'
Hij lachte zelf om de klacht, die hij dan ook niet meende. Marianne wist het en dat hij eigenlijk heimelijk de geringe verkoopbaarheid van zijn schilderijen toeschreef aan hun superioriteit. Zonder het ooit ronduit te hebben gezegd, gaf hij zich toch telkens argeloos bloot wanneer hij, ineens opziend uit een boek, een levensbeschrijving, haar vertelde hoe deze of gene grote schilder bij zijn leven onopgemerkt was gebleven, nauwelijks met ploeteren en tobben zijn droog stuk brood had verdiend! En Marianne was blij, dat ze zijn werk niet zelf beoordelen hoefde,
139