u niet zelf... u bent door-en-door vrouw en daarom is het enige wat u werkelijk interesseert het emotionele leven en in het bijzonder de man, de liefde... de verhouding van de geslachten...'
Ze tikte met haar lepeltje tegen haar kopje en zweeg. Alles... maar geen litteraire erotiek, geen 'verhouding der geslachten...'
'Leest u wel eens dat tijdschriftje van Anton Eckstein, de Boekenvriend?'
Voor ze het zichzelf beletten kon, had ze in snelle wending het gezicht naar hem toegekeerd, hem getoond dat ze pijnlijk bloosde.
'O... ik weet waaraan u denkt! Neen, dat bedoel ik niet. Maar een paar maanden geleden heb ik er een psychologische analyse van de vrouw, en van het jonge meisje in gehad... dat hebt u dan zeker niet gelezen? Als ik mag, zal ik het u sturen, misschien begrijpt u dan, waarom ik tegen u zeg dat u van dat werk dat u tegenwoordig doet, terugkomen zult... misschien wordt u het dan zelfs volkomen met mij eens... misschien komt u er zelfs te gauwer van terug!'
'Zoudt u denken?...'
'Maar wat die Eckstein zegt, trekt u zich dat toch vooral niet aan. Hij betekent zelf immers niemendal!'
De jongen was zowaar genadig, Uhland had 'ook' gezegd. Even deed hij zwijgend een paar trekjes aan zijn sigaret.
'Alles welbeschouwd zou 't toch misschien beter zijn geweest, als u een paar maanden later voor "Docens Disco" was komen spreken...'
'Hoezo?'
'Om de lui hier. Eckstein is tegenwoordig nogal in trek. Een van de club werkt aan de Boekenvriend. En wat erger is - het schijnt dat professor Stuyfsand zich tegen Kotting een beetje ironisch over u heeft uitgelaten... Hij had die fragmenten gelezen van uw boek, en toen er sprake van was, dat we u hier vragen zouden en ze om zijn mening kwamen, toen schijnt hij te hebben gezegd, dat er wel de een of andere vriend achter de schermen zou zitten, waar u de spreektrompet van was! Niet in 't publiek heeft hij dat natuurlijk gezegd, maar thuis aan een dineetje. Zijn dochter heeft het aan Loutje Mijs overgebracht, de
132