stookte, trillende, verwarde, overladene van ongeduldige jeugd, die eigen rijpheid schier niet afwachten kan, had Marianne meer dan eens uitingen van een scherp onderscheidingsvermogen, schichten van merkwaardig inzicht gevoeld.
'Ik hoor daarjuist dat ik eigenlijk aan u de eer van de uitnodiging voor "Docens Disco" te danken heb.'
'Hebben ze u dat eerlijk gezegd?' vroeg hij verrast.
'Eigenlijk... heeft uw vriend Mijs het er uitgeflapt...'
'Dacht ik wel!' lachte hij. 'Kareltje weer enfant-terrible geweest... Ja, ik kies gewoonlijk de sprekers... Van der Willigen doet het eigenlijke presidentswerk... al ben ik president... maar vergaderingen leiden... inleidende woordjes en bedankjes aan de sprekers, daar deug ik niet voor. Maar ik kies ze wel. En ik stond erop dat ze u zouden vragen...'
'Waarom?'
'Ach...' hij sloeg lachend de ogen neer en tuurde weer op zijn sigaret. Hij scheen haar ineens veel meer op zijn gemak: zeker was hij op dit gesprek voorbereid geweest en had vooraf bedacht wat hij zeggen wilde. 'U wordt misschien boos, als ik het zeg...'
'Ik ben niet zo verschrikkelijk lichtgeraakt...'
'Ja maar, alle vrouwen...'
'Hè neen,' viel ze hem in de rede, het koffiekopje weer neerzettend, waaruit ze juist had willen drinken... 'vertelt u mij nu niet dadelijk wat "alle vrouwen" zijn... Dat is... zo oud, zo weinig origineel. Zegt u mij nu liever eerlijk en gewoon, waarom u mij zo bepaald voor "Docens Disco" hebt willen vragen...'
'U wordt dus niet boos?... Wel... ik vind het altijd zo pikant een vrouw te zien, die zo graag een man zou willen wezen...'
'En moet ik dat wonder voorstellen?...'
'O, het blijkt zo duidelijk als iets uit uw werk...'
'Dat is het nieuwste...'
'Ja, zélf weet u dat natuurlijk niet, zelf hebt u zich daar natuurlijk nooit rekenschap van gegeven!'
'Inderdaad niet...' gaf ze lachend toe.
'Wat u tegenwoordig doet, dat "filosofische werk'" - Marianne hóórde de aanhalingstekens - 'daar blijft u niet bij... dat bent
131