'Wel... vanavond in het debat...'
'Er is tegenwoordig geen debat meer op "Docens Disco",' lichtte Kotting haar beter in. 'Vroeger wel, maar het had gewoonlijk zo weinig te betekenen... toen hebben we het maar afgeschaft...'
'Debat kan nooit veel opleveren - degene die spreekt, heeft natuurlijk zijn onderwerp goed doordacht en degene die aanvalt, staat er onvoorbereid tegen over... En dan...'
Bevreemd, verschrikt hield ze op. Wat hadden ze nu?... Liepen ze ineens weg? Maar ze zag het al, ze waren alle drie halfweg opgerezen en maakten blozend hun buiging in de richting van een hoge, statige, langzaam-lopende man met een brede, grij-zend-blonde en wel zachtzinnige, maar wat soezerige Germanen-kop.
'Zag hij ons?...' vroeg Kotting, toen ze weer zaten.
'Neen, ik geloof het niet, hij ziet in de verte zo vreselijk slecht...'
'Wie was dat?...' vroeg Marianne.
'Professor Stuyfsand!'
Terwijl ze even omkeek om de beroemde man te zien, hoorde ze Kotting naast zich fluisteren: 'Zou hij misschien komen, vanavond?' Ze verstond Van der Willigens antwoord niet, maar zich weer naar de tafel toekerend zag ze de uitdrukking van 'Neen zeg, verbeeld-je, Stuyfsand komen luisteren naar een Marianne Edema!'juist van zijn gezicht verdwijnen.
'Zou Batenburg er zijn?' vroeg Mijs halfluid aan Kotting. Die knikte, genadig. 'Misschien, ja, misschien wel.'
'Zullen we koffie nemen? Rookt u, mevrouw Edema?'
'Soms, nu liever niet.'
Van der Willigen keek op zijn horloge. Zijn gezicht was weer bleek en kalm, maar zijn stem klonk heel koel, nu hij zei:
'U wilt misschien zometeen nog wel even alleen zijn, mevrouw Edema? Wij moeten nog een en ander...'
'Daar komt Felix!' riep Mijs. 'Uw collega Felix Ellenberger, mevrouw Edema! Het is eigenlijk door hem dat u vandaag hier bent, dat we u hebben gevraagd...' hij verborg een klein verle-genheidje om wat hij daar uitflapte in een uitbundig wuiven naar de deur en Marianne keek die richting uit.
129