Uit het leven van een denkende vrouw

Titel
Uit het leven van een denkende vrouw

Jaar
1920

Druk
1985

Overig
herdr 1985

Pagina's
181



plezierige vertier een bijna winterse gezelligheid.

Provinciale gemoedelijkheid - in de vorm van de eettafels, de joviale, half-boerse gezichten van vroege eters glimmend-rood boven de brede blanke, hoog-ingestoken servetten - weersprak de schijn van grootsteeds restaurant, bij de eerste aanblik opgewekt door de overvloed van licht uit moderne ornamenten, de nissen met rozebekapte lampjes op gedekte tafels, de groep van planten en banken in het midden. In 't voortlopen tussen de tafels naar eén voor haarzelf duizelde het Marianne door de snelle overgang van felbewogen eenzaamheid naar deze vlakke gezelligheid, waarin ze plotseling opgenomen scheen, en waar ze nochtans geen deel aan had, noch ooit hebben zou, zó ver van eigen stad en huis en maar voor deze ene keer gekomen - misschien later nooit weer, want ze kende hier geen mens. Boven het massief-ouderwets buffet wees de klok kwart voor zes en ineens, als aan het eind van een lange, donkere baan, voorbij Uhland, ver terug, zag ze de kamer thuis en de klok op kwart voor zes en Harry aan tafel tussen de kinderen in. Zou Terp nog zijn gekomen? Als de vis nu maar bijtijds was gebracht. Toen ze wegging was de man er nog niet geweest, ze had nog moeten telefoneren - bijna zou ze 't zelf hebben vergeten, dat er vis moest zijn, omdat Harry groot vlees niet snijden kon. Vervelend dat Rika, al zoveel jaren bij ze wonend en ze ook wel toegedaan, aan zulke dingen nooit eens dacht...

'U hebt nog alle tijd,' zei achter haar Mijs, denkend dat ze berekeningen maakte. Ze keerde zich glimlachend naar hem toe, ze stonden voor een grote, ronde, wel al witbespreide maar nog niet gedekte tafel.

'Als u het goed vindt... we moeten toch ook nog eten...'

'Natuurlijk, graag...' haastte ze zich, bijna berouwvol, dat de gedachte niet van haar was uitgegaan. 'Veel gezelliger voor een huismoeder dan zo eenzaam.'

Ze deden hun jassen uit, ontnamen haar de hare met haar hoed en hingen alles op. Ontdaan van die onpersoonlijke kledij, vertoonden ze elk hun eigen wezen in de uitdrukking van hun gezicht, in de opslag der ogen, in gebaar en blik. Van der Willigen was zo veel gedistingeerder, Kotting nog minder gedistingeerd

122

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.