Uit het leven van een denkende vrouw

Titel
Uit het leven van een denkende vrouw

Jaar
1920

Druk
1985

Overig
herdr 1985

Pagina's
181



samengeperst kabaal, het snerpend sissen van andere treinen, het klateren en metalig dreunen der rangerende machines, knarsen van karren en roepen van mensen. Gebogen witte bovenlijven onder donkere koppen hielden, nog-onhoorbaar dravend, gelijke tred met door de spiedende ogen reeds uitgekozen en vastgehouden prooi van zwaar-beladen reizigers in de eerste-klasse-compartimenten - en Marianne, overeind voor het raampje, haar tasje en portefeuille in de hand zag tussen de andere wachtende een groepje van drie jongens, twee korte en een lange, in grijze regenjassen, wier gezichten en donkere hoedjes meedraaiden met het naderen, het voorbij en verder gaan van de trein als zaten ze er met touwtjes aan vast. Ze begreep dat die drie op haar wachtten, ze zorgde dus dat zij in 't voortschuiven van de trein en in de volte ze niet uit het oog verloor, zodat ze, even later uitgestapt en aan hun rondzien merkend dat ze haar nog niet ontdekt hadden, dadelijk op ze afkon gaan.

Daar stonden ze nog en zetten zich nu langzaam, telkens omkijkend, in beweging naar de uitgang toe en ineens vond ze zichzelf met haar tweëendertig jaar heel oud bij die heel jonge mannetjes. Wat een knapen bijna nog, de beide kleinen vooral -, geen tien jaar misschien meer en Fransje zou haar vragen, precies zo'n blonde jongen in grijze regenjas en donker deukhoedje te mogen mee naar huis brengen... de plotseling invallende grappige gedachte zette zich in een goedmoedig-moederlijke gezindheid om, en in die stemming kwam ze de jongens tegemoet.

'Jullie zoeken zeker mij?... Hier ben ik al.'

De langste van de drie drukte flauwtjes even haar uitgestoken hand, en ze liet onmiddellijk haar hand weer vallen, tegelijk wel voelend dat dit de beide anderen vreemd, zelfs pijnlijk aandoen moest. Nu ze tegenover elkaar stonden, had ze ineens geen woorden en geen houding meer.

'Ik heb toch het genoegen mevrouw Edema... mevrouw Marianne Edema te zien, nietwaar?' vergewiste zich de langste nog eens, en het klonk bijna mal van overbodigheid. Ze keek hem aan om iets in zijn stem dat haar trof, ze zag de adamsappel bewegen in 't tanig en pukkelig halsvel onder de schriele kin en ineens deed hij haar aan Ben Beelaerts denken. Toch was er be

120

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.