Uit het leven van een denkende vrouw

Titel
Uit het leven van een denkende vrouw

Jaar
1920

Druk
1985

Overig
herdr 1985

Pagina's
181



lijk knipperde tegen het lauwe witte licht was regen die zilverig tegen de ruitjes sloeg...

Geluid, ze wist niet wat, had haar uit de slaap gerukt, en eer ze 't besefte, stond ze voor 't raampje, haar nog slaapzware ogen borend het donker in; tot driemaal toe had ze haar horloge uitgehaald, erop gekeken en het weer weggestoken, eer het halfbewust gebaar zich vereenzelvigde met zijn eigenlijk doel: te zien hoe laat het was. Geen half uur meer, iets langer nog dan twintig minuten en ze zou op een druk perron staan in een stad waar ze vóór heden nog maar ééns was geweest, opgewacht door een 'commissie' en een paar uur daarna moest ze spreken in een volle, lichte zaal. Altijd door de laatste dagen had die gedachte een gevoel van bangheid en spanning in haar gaande gemaakt, maar ook van blijde, gelukkige verrukking... daar ze hoopte anderen evenzeer in verwondering gelukkig te kunnen maken als zijzelf het was geweest bij de aanschouwing van dat wonderbaarlijk samenvallen van 'innerlijke waarheid' en 'ervaring' als een bewijs niet van enige afzonderlijke waarheid maar wel van het aanwezen dier universele Rede, die gestadig in en door middel van mensen chaos tot kosmos ordent, kosmos in chaos terugvallen doet. Maar nu... waar was die blijheid gevloden, waarheen die lust gevaren? Niets meer, niets dan ijskoude angst. Ze wierp zich op de vale portefeuille, haalde er tussen haar trillende vingers de papieren met notities uit en haar hart scheen te verstarren, in het staren op de paar onnozele blaadjes..., was dat alles? Stond het daarin wat ze te brengen, wat ze te zeggen had? En was daarbij wel iets dat niet iedereen sinds lang al wist, iets meer dan onnozele praatjes, waarheden als koeien?... Had dat de slaap gedaan, haar heimelijk en verraderlijk haar zoet vertrouwen, haar blijde verwachting ontstolen? Niets meer... dan angst? En onder het laffe, witte licht zat ze opgesloten tussen de rammelende deurtjes, de kreunende beschotten, in die door donker voortijlende trein, erger dan in een gevangenis. Een ogenblik versmolten gedachte en aandoening, gevoel en wil tot niets dan dat ene: een heftig verlangen om terug te gaan, naar huis, naar Harry en de kinderen, naar haar kleine tafel in Harry's atelier... ze zat verkrompen als onder een slag, alle spieren gespannen,

116

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.