en een blinde bitterheid kwam haar beklimmen. 'Wie is zo'n Eckstein... wat betekent hijzelf, zelfs als litterator, dat hij mij op die manier belachelijk durft maken?... Een man... en dat is blijkbaar al voldoende tegenover een vrouw.'
'Dat ben ik met je eens,' gaf Uhland gretig toe, 'de man is zelf ook minder dan niemendal.' Hij sloeg zijn zakdoek uit elkaar zo vlak bij Mariannes gezicht, dat ze terugweek voor de laffe reuk van eau-de-cologne en zweet.
'Dat boek... eh... dat boek van je, waar je 't juist over had..., waar gaat dat eigenlijk over?'
Ze aarzelde.
'Het heeft nog geen naam en, dan... wat kun je uitdrukken in een titel?'
'Maar je kunt toch altijd zeggen, waar het over handelt?'
'"Litterair positivisme". Maar nu weetje nog niets... ik bedoel... nu heb ik eigenlijk nog niets gezegd.'
'Litterair posit?...' Hij trok, precies zoals Evert het gewoon was, de wenkbrauwen op en schudde een paar maal het hoofd, 'duister... duister...' hij frommelde de zakdoek weer ineen, stak hem weg en haalde hem, schier machinaal, meteen weer uit; een ogenblik scheen hij op een toelichting te wachten en toen die uitbleef:
'Enfm, je zult zelf wel weten watje ermee bedoelt.'
Ze ging ook hierop niet in en keek weer uit het raampje; het was bijna avond, dichtbij en verder het land in blonken lichten, laag aan de donkere grond, hoger in de donkere lucht; heel achter aan vergleden er langzaam, langzaam, dat waren de schepen, daar was het kanaal. Ze trachtte uit het kluwen van geluid, dat plotseling als uit diepten tot haar aandacht rees, het afzonderlijke rommelen en schuren, kreunen en botsen te ontwaren en tot hun grond terug te brengen. Dan dacht ze ineens aan wat haar te wachten stond, met elke wenteling der wielen nader komend en om haar maag verkromp het, ijzig en bij na-pijnlijk.
'En wat heb je er eigenlijk voor doorgewerkt, wat heb je er allemaal voor gelezen...?'
'Waarvoor meen je?...'
'Voor dat boek van je, natuurlijk.'
113