zich precies zooals ze was en gevoelde.
Hij van zijn kant schreef meestentijds over zichzelf, over de innerlijke zijde van zijn bestaan, over zijn gedachten en verwachtingen — zijn brieven waren eigenlijk een te-boek-stellen van zijn dagelijksche mijmerijen, die hij tot nu toe in zichzelf had moeten opsluiten, en thans met een ander deelen kon. Dat maakte hem al gauw het schrijven tot een behoefte, schoon hij zich niet altijd ontveinsde, dat hij daarbij eigenlijk meer aan zichzelven dan aan Truusje dacht. Haar hartelijke belangstelling in alles wat hij schreef deed hem goed en streelde ook wel zijn ijdelheid, hij bemerkte uit haar brieven dat ze begonnen was met de cultures van zijn woonstreek te bestudeeren en glimlachte om die wat schoolmeesterlijke degelijkheid, toch ook wel verteederd, en omdat ze gauw jarig zou zijn, besloot hij haar een pas-uitgekomen heel mooie en volledige collectie photo's, van landschappen en cultures in verschillende phasen en de daarbij behoorende werkplaatsen en werktuigen toe te zenden.
Daartoe maakte hij zich nu gereed om weer stadwaarts te rijden.
Hij wilde ook andere geschenkjes voor haar koopen, hij zou in de Japansche toko's een paar mooie cloisonné-vaasjes, wat fijn lakwerk zien te krijgen, misschien
.98