de minste gedwongenheid of deftigheid.
Feenstra keek naar haar uit zijn hoekje en de onverwachte verloving leek hem een goed voorteeken. Ze was heelemaal niet mooi, scheen ook niet verschrikkelijk knap of artistiek, heelemaal geen ״superieure vrouw", zoo maar een gewoon, opgewekt meisje, ze had niet ״den glimlach, waaraan de oogen niet meedoen", enkel een zachten glans over haar heele gezicht en, daar ze even alleen stond en zich onbespied waande, liet ze vrijelijk haar oogen langs de wanden en de meubelen gaan, als overlegde ze alvast, wat er zou moeten worden veranderd en vermaakt, voor ze hier haar intrek nemen zou.
Grappig, dacht Feenstra, haar zoo gade te slaan, terwijl ze heelemaal niet keek naar hem. Kijk, nu kwam er ineens een verteederd-lachende uitdrukking op haar gezicht, hij volgde haar blik, innig-tevreden stond daar de dokter tusschen een groepje jongelui en liet zich hoonen. Feenstra bemerkte ineens, hoe ongedwongen gezellig het hier nu was. Maar daar hield juist het rijtuig van de Van Tills stil voor de voorgalerij. De dokter zette haastig zijn glas neer en liep zijn pasgekomen gasten tegemoet. Feenstra keek toe, hoe Van Till met een enkelen stijven stap uit het rijtuig zakte en daarna zijn vrouw hielp op haar beurt uit te stappen. Mijn hemel, ver-
.78