dagen moet je van allerlei en je mag niet veel, Sabbath hoef je wel niets, maar je mag ook niets — tussen-dagen mag je alles en hoef je niets, en Vader rookt, wat op Sabbath niet mag, en de grote mensen voeren niets uit en overal liggen de witte tafellakens en overal, waar Zadoks ermee is geweest, hebben ezrik en loelof hun geuren gelaten in de kamers... Omdat dus het tussen-dagsgevoel uit zo andere dingen is samengesteld, kan het met niets vergeleken worden... Dat is er dus nu bovenal... dat hangt over alles uit... het tussendagsgevoel, en daardoor als uit een kacheltje, straalt de warmte van de komende Jomtofdagen, de heerlijkste in het hele jaar: Simchas Touro, de Vreugde der Wet! Maar ook de laatste... daar moet je niet aan denken... daarna komt er niets meer, dan de winter! En dan is er... dan is er... het glanzen en parelen van het water... het schuiven en klotsen en de frisheid... en dan is er... dan is er... dat Grootvader jarig is... en dat Grootvader zolang de Sokkoth duurt in de Sókkoh, in de loofhut woont, en dat zij zélf daar nu heen gaat en er straks bij Grootvader zitten zalen zouden er weer de fonkelende rode ranken over de ingang hangen... zouden ze ook ditmaal ze weer hebben mogen zamelen van de hoge schutting van hun Schatrijke naaste buren? En zouden ze genoeg aan hun eigen dahlia's hebben om er de loofhut rijkelijk mee te versieren? Want een loofhut moet mooi zijn, of je moet het maar laten, en het moet er lekker ruiken... zij zelf hebben geen plaats en zouden er trouwens geen kunnen betalen, nu doet Grootvader de
86