om het eerste te zijn. Er is oók zoveel, ze dacht aan zoveel tegelijk, en kon terwijl nog kijken, ruiken, luisteren. Dat kan je alleen op de boot, o, er gaat niets boven varen met de boot! Dat tegelijk zo veilige en zo vrije. Vergelijk eens het dek van een boot met zo'n klein, benauwd kamertje, zo'n sneetje, kun je zeggen, van een trein, en vergelijk dan eens het razen van die zware vervaarlijke trein over twee smalle, dunne, gladde bandjes, met het glijden van een boot, en een boot is nog wel zoveel lichter en wordt door al dat zware water tezamen gedragen... en je voelt je zo veilig, en je zit aan dek... o, er gaat niets boven reizen met de boot. En vandaag... vandaag... ze reist voor het eerst alleen en Grootvader is jarig, en het is de eerste tussendag van Sokkoth, dat de anderen 'Loofhuttenfeest' noemen, en het valt dit jaar zo buitengewoon vroeg, het ׳ is nog niet eens oktober.
Waar het op lijkt, kun je niet zeggen. Je kunt niet beschrijven, 'hoe' een dahlia ruikt of een roos. Een dahlia ruikt naar een dahlia en naar anders niets, en zo is ook het tussendagsgevoel met niets anders te vergelijken, niet met het Sabbathgevoel, niet met het zondags-gevoel, niet met het vakantie-gevoel -, want het is uit heel andere dingen tezamen gesteld. Het is geen Jomtof... of ze mocht niet varen... het is geen weekdag... of ze zat op school. Jomtof was gisteren en eergisteren, Jomtof is voorbij, en dat zou spijtig kunnen wezen, maar Jomtof komt over drie dagen terug — of de tussendagen zouden immers geen tussendagen zijn! - en die warmte straalt je nu al tegen. Week
85