Dan wees hij met zijn zweepje, en de mensen gingen binnen, ze tilden een golvend, grauw gordijn de hoogte in, stallucht woei uit, kloppen en stommelen kwam dichtbij en week terug: het gordijn was weer dichtgevallen.
Na De Negerhut leende ze een ander boek uit de stadsbibliotheek, en het ging weer als steeds. Je begint met een tegenzin, je wilt je aan die nieuwe mensen niet geven, want de oude uit het vorige boek, die wil je niet vergeten... Je vergeet ze toch, hun leven verdwijnt en je merkt dat de nieuwere je nader staan! Dit was een man, die aan de zuidkust van Engeland in een eenzame herberg op een heuvel te bed ligt en slaapt. De man is een zeeman, daardoor slaapt hij door een storm die de muren van de eenzame herberg doet schokken en wolken jaagt, uit de zee op, over het dak. De man droomt en ziet in zijn droom een eenzaam graf, hij ziet een witte vinger, die wijst naar een witte zerk, zijn oog volgt de vinger en hij leest: 'Gedenk Valentin Jerman, oud 31 jaar.' En dan: 'Met een schreeuw werd de zeeman wakkër, hij had zijn eigen graf herkend.' Hij heet zelf Valentin Jerman en hij is... hij is 31 jaar oud! Het was allang geen kermis meer, de bomen werden al geel, maar de kermisdeunen en de kermisliederen waren achtergebleven, als vergeten in te pakken met de rest, toen spullen en kramen vertrokken, je hoorde ze overal, en een jongen zong langs haar heen:
77