Grootvader en zijn schoolkameraad
Er is een tovermacht, in mensen opgesloten. In alle mensen misschien niet, maar in sommige zeker en in haar zelf althans. Bij toeval heeft ze het ontdekt, en naderhand nog menigmaal... in bed, aan het raam of over een bruggetje gebogen, op weg naar school, heeft ze zich afgevraagd of er misschien niet nog veel meer zit opgesloten, binnen in een mens, en of je altijd van een toeval afhangt, om erachter te komen. Verleden jaar toen het zo plotseling lente werd, dat je met een ijl hoofd duizelde in het licht, en je tegenover je eigen zaligheid voelde als tegenover een mand vol kersen, heerlijk, maar misschien te veel... één van de eerste dagen kregen ze een zondag onverwacht vrij van Joodse School. Ze mochten wandelen gaan met brood in de zak en hoefden niet voor de avond thuis te zijn. Ze liepen omwaaid van zachte wind, omkoesterd van zoete zon de hoge kronkelende dijken over en keken beneden zich de polders in, wijd en zwart, en zagen de sloten blinken tussen de blote akkers, en zwierven al verder, en roken overal het gras dat nog komen moest. En één liep er voortdurend half luid te zingen
Ik ging op zek're dag aan het varen, Over de diepe, wijde zee.
74