Andere dagen, op een gewone boerenwagen... maar dit is iets anders. Nu is het al zo dicht bij, dat het wolkend stof tot haar lippen komt, ze voelde het kleven, ze kon het proeven... Heeft hij haar gezien? Ja, want zijn hoofd kwam vooruit uit het donker onder de kap, plotseling licht en fris in de lucht, als werd het broeierig donkerrood eraf gestreken. En nu... en nu... Nu is het over één seconde beslist, of hij voorbijrijden zal, of hij stilhouden zal... Ze heeft zich half opgericht in het gras... hij houdt stil! Hij houdt in... flikkeren van spaken, wriemelen van poten gaan trager, gaan tot stilstand komen... ze komen tot rust... het laatst geluid suisde in de ruimte uit. Het is een ogenblik ontzaglijk stil.
'Zin om mee te rijden?'
Hij wees eerst in de richting van hun stadje en daarna naast zich op de lege plaats. Ze kan niets zeggen, ze knikt, ze is al overeind. Dus toch! Dus niet voor niets gewacht, dus ook voor haar iets gekomen, om van te vertellen, om aan te denken... Ze klautert al en kijkt al klauterend rond en ziet het landschap wijder breiden nu ze rijst, en ziet al veel meer molens, stille en wiekende, duikend uit de horizon^ die daarin verzonken bleven, zoëven, toen ze lag in het gras. Wat is de wind ook dadelijk frisser, als je hoger komt! Ze is er, ze zit, ze zet zich makkelijk tegen het leuntje aan. Ze heeft nog nooit in zo'n wagentje gereden, zo'n prachtig, blinkend, licht en schommelend ding. Te denken, dat ze zó zal rijden door het feest, dat dan nog vol in gang is... vrij, hoog op een mooie wagen,
72