staart voor zich uit... alsof hij in de verte iets vreselijk gevaarlijks zag, waar hij haast niet heen durft gaan... Nu kan ze ook zelf de maat niet vatten, ze komen niet vooruit... telkens moet hij zijn benen verwisselen... ze schieten zo niet op... de ruimte achter het laatste paar wordt met elke stap groter en alle anderen merken het, ze keren zich om en lachen eventjes onder het vlugge, verende lopen, het prettige babbelen. Wel lastig... dat flappen telkens van de ruime plooien van haar fluwelen jurk tussen haar stappende benen in... de prachtige jurk is misschien wel wat te warm en te zwaar om rap mee te stappen. 'Aansluiten de paren... geen ruimte laten!' Weer voor hem en voor haar alleen, voor hem en haar samen, die onvriendelijke woorden, die de muziek doorvlogen, boven de viool. Nu moet hij zich reppen en ze rennen met grote stappen, in een halve draf... hij sleept haar bij de arm en haar gladde zolen glieren... pas toch op, of we vallen... ze denkt het, maar ze zegt het niet... ze hebben nog geen geluid tegen elkaar gegeven. Ze zijn bij, en hij zorgt nu wel bij te blijven, maar met rakken en bonken, averechts haspelend tegen de maat. Het zweet springt haar voorhoofd uit, een kille dauw heeft haar wangen beslagen, droog gloeien ogen en oren... o, als ze maar haar hand uit die broeierige gleuf vandaan durfde rakken. Kijk, de voorste paren vlogen door de grote spiegel heen. Ze zag de flappende witte jurken en de stappende, zwarte benen paar aan paar naast elkaar, wat een aardig gezicht. Nu zal ze dadelijk zichzelf door
158