'De heren bieden de dames de arm!' Die ongeduldige herhaling is voor hem, de anderen staan al allemaal gearmd, en lachen, fluisteren grappige dingen tegen elkaar. Hij alleen vergat... nu kromt hij zijn elleboog naar haar toe en ze schuift haar hand in de nauwe gleuf en klemt haar vingers tegen zijn arm, om de warmte van zijn gloeierige lijf niet te voelen tegen de rug van haar hand. En nu staat ze dan gearmd met de Margarine-jongen... vier uren geleden lag hij op zijn rug op straat, ze sleepten hem bij de benen door de sneeuw, walgend zag ze het aan... nu staat ze met hem gearmd en voelt zijn warmte aan haar hand.
Mijnheer Boutelje stelt de paren op... hoe het komt weet je niet, wie het doet merk je niet... maar aldoor moeten ze wijken, al verder worden ze achteruit gedrongen, — als vanzelf zijn Meta en Karei vooraan gekomen, als vanzelf zijn zij en de Margarine-jongen achteraan geschoven.
Iedereen staat in verwachting, en ieders ogen volgen van mijnheer Boutelje elke beweging, vaster heeft hij zijn viool onder de kin geschoven... iedereen is ernstig, jongens en meisjes alsof ze elkaar niet kennen. O, wat is dat mooi! Wat sprong daar een rappe, vlotte wijs voor de dag, wat tintelende, fijne klanken... wat heerlijke muziek om luchtig op te stappen! Vooruit dan... vooruit dan... maar die jongen lijkt wel een boom, een blok, een paal, zo log, en hij snuift als een hond, die te hard heeft gelopen... en hij zweet... en hij gloeit... en hij klost met zijn voeten... en hij
157