ben in het Huis 1775. O, een ogenblik eenzaam... een ogenblik stil, om het te vatten, om het zich in te gieten.
...Aan dansen leren gaat lopen leren vooraf... de mensen denken dat ze lopen kunnen... dat lopen geen kunst is. Maar opgepast!
Verbeeld je eens even zo'n vertoning op straat! Een oud heertje in een zwarte jas met lange bungelende slippen, op lage verlakte, bestrikte schoenen, en sokken waar zijn vel door schijnt... die daar parmantig loopt te stappen, de ene voet eerst vooruit en de andere voet dan vooruit, en zijn bovenlijf achterover, dat zijn haren in zijn kraag kruipen en zijn viool onder de arm, en zijn strijkstok in de hand, om er de maat mee te slaan. Verbeeld je... Vader! Of mijnheer Israels... of mijnheer Prijs! Verbeeld je zo iets op straat. Hij had geen seconde rust, ze zouden hem jouwen, tot de politie hem meenemen moest. Heeft er nu niemand moeite zijn lach te houden? Ze kijkt de rijen langs... maar alle gezichten staan ernstig, alle ogen kijken, strak van spanning. 'Gezien? Begrepen?'
'Ja, mijnheer... ja mijnheer... ja, mijnheer!' Ze hoort het om zich, hoort het naast zich, hoort het over zich... zelf zegt ze niets, ze durft niets zeggen. Ze kijkt naar hem op, ze kijkt oplettend en voortdurend naar hem op: ze heeft hem nog niet kunnen groeten! Er deed zich geen gelegenheid voor, er doet zich nog geen gelegenheid voor, ze kan zijn ogen niet grijpen, die vluchten van haar heen, die komen geen seconde
152