Alles deed het mij vergeten... ik kan het trouwens nauwelijks geloven. Was om dit al die vreugde, ging naar dit al die verwachting? De lampekap... de dagen toen het zo wonderbaarlijk wezenlijk hier scheen, toen het 'gebloemde leven' leek weergekeerd... de zonsondergang, de volle maan... de vreugdetoppen... de sneeuwde voorbije tijd... en het even geleden... dat ze nu plotseling als voor zich ziet, als om zich voelt... het Huis, dat grijzig zich tekende tegen de blankheden van de sneeuw... de rinkelende paardebel, de dampende adem, die aarzelde tussen de brandende lantaarns... Hoe heeft ze verlangd erin te komen... en ze is er... ze is binnen... en vindt er niets van de adem van het zoete, gebloemde leven... en vindt er niets van wat ze voelde toen ze aan het Huis dacht, terwijl ze naar de lampekap keek en juffrouw Geel piano speelde, terwijl de kleine bomen, de heesters, de hoog geschoten geurende kruiden tegen de rossige en groenige ruitjes aangedrukt, de kamer met hun schijnselen vervulden... Ze vindt alleen trotse meisjes, mooigekleede meisjes, die om haar lachen, om haar kousen en schoenen, om haar jurk die langer dan de hunne is, om haar hemelsblauwe handschoenen... je weet nog niet eens zeker of juffrouw Nolle het heeft geweten, ze ziet er haar niet voor aan... en een spotwind, die oren en ogen doet gloeien, en de ellendige, misselijke Margarine-jongen. Tussen hem en de anderen bleef een lege stoel, tussen haar en de anderen bleef ook een lege stoel. Alsof het heimelijk valsaardig was bedacht om te beduiden, dat zij en de Margarine-jongen niet bij de anderen ho
150