klaar, en nu moet ze gaan en Moeder zal wachten, om alles en van alles het fijne te horen... met een kopje chocolade!
Ze heeft het licht en de warmte, de veiligheid en de vertrouwelijkheid van het huis met het dichttrekken van de deur achter zich weggesloten en gaat nu door het donker het nieuwe tegemoet. Uit de straat is de meeste sneeuw al geruimd, maar zilveren tintels doorbreken overal de donkerte, alleen de daken hielden hun vrachten vast en staan als overdadig besuikerde afgeknabbelde wafels hoog in het zwart. Wit klimt in scherpe strepen tot hoog langs de toren omhoog, maar de spits reikt zwart in zwart, onzichtbaar als verloren, daar boven uit, kalm en zwaar laat hij zijn slagen vallen, alle acht: hij staat er nog! Kwart over acht begint de les, dan zal ze er ook zijn, juist zoals Moeder zei: te vroeg staat onbescheiden, te laat is onbeleefd! De Oostervaartweg loopt, in drie-en gebaand, een zwarte tussen twee witte stroken, een lange wimpel, een lintenbundel, naar de verte uit. Een rijtuig wacht voor het 'Huis 1775'. Het staat er zo donker en zo stil als verzonken in de. sneeuw, van hoog uit het onzichtbare laten er de bomen dikke donzen op vallen,... het paard schijnt te slapen... maar schudt toch even zijn kop en de bellen, als waren ze ook in slaap gevallen, geven lui en traag geluid, langzame tinken, een paar, en weer uit, en de adem׳ rijst en spreidt zich uit en wordt zichtbaar, een wemeling, een aarzeling tussen de twee lantaarns, die aan weerszij hangen te branden... kijk, zó aarzelt ook boven
144