maakt, die brief geschreven. Maar het einde is toch geweest, dat er een tweede brief van mijnheer Boutelje kwam: ze mocht komen!
Die zekerheid deed haar, na de twijfel, toen wel weer tot een vreugdetop stijgen, maar veel minder hoog... ook kon ze niet alles zo los, zo onder zich laten... stijg maar eens onbelemmerd in ruimten op, maak je maar eens van de wereld vrij, als je juist dezelfde middag Moeder hebt zien thuiskomen met een verdrietig gezicht en helemaal verslagen van een visite bij juffrouw Kaas!
Racheltje Kaas is haar dochter, die voor de mens naait en klanten heeft onder de rijkelui. Ze heeft Moeder vanmiddag alles uitgelegd: voor dansles hoort een witte jurk, van zij, mousseline, kasjmier of althans het allermooist batist met kant, daarbij fijne witte kousen, witte schoenen, witte handschoenen. Een geloverde of veren waaier en een tasje, van wit satijn, met kralen geborduurd, staan daarbij wel heel voornaam, maar zijn niet noodzakelijk. Desnoods kan een fluwelen jurk volstaan, hetzij zwart, hetzij diep violet, of bruin of groen, met een brede kanten kraag, met zwarte kousen in dat geval en lage verlakte schoentjes. Witte handschoenen natuurlijk, ook dan... Maak je nu eens van alles los, stijg nu eens vrij en onbelemmerd naar de vreugdetop als je dat net allemaal hebt gehoord en weet dat je daarvan niets kunt krijgen. Och, en je wilt het immers niet eens, je wilt niet eens zoveel aan die dingen denken. Het was een toverwoord... dansen... dansen... het was een wonderge-
141