mes misschien zelfs in bed nog met gebloemde nachtjaponnen. Als je verzot bent op 'gebloemd', als je er het geld voor hebt!
Kort daarna zijn de werklui verschenen, met ladders en karren en allerhand gereedschap. Ze hebben eerst uit het wilde gras en uit de natte bladeren het oude hek omhoog gebeurd en daarna hebben ze bij karren vol de bladeren weggehaald en zijn het huis gaan schilderen, witten, dak en schoorstenen repareren... alsof het schijndood was geweest en nu weer het leven werd binnengeroepen.
Thuis hoorde ze toén al over mijnheer Boutelje spreken. Dat hij zich komt vestigen in de kille, dat hij lessen in dansen zal geven, en zijn zuster, die eigenlijk Espérance heet, maar altijd Sprans wordt genoemd, in 'filigraan' en 'frivolité'. En of hij lid van de gewre zal worden, en of Sprans een koosjere huishouding voeren zal, en wie de klandizie zullen krijgen, en hoe het precies zit met; dat familieschap tussen de vader van mijnheer Boutelje en Moeders Grootvader, Rebbe Heele Arjei, bij zijn leven een rijk en vroom en geleerd man, en 'algemeen geëerd', maar nu allang dood.
En dat mag wonderlijk heten... Ze heeft gehoord dat hij een passend huis had gevonden... ze heeft gezien dat het 'Huis 1775' werd gereedgemaakt om door mensen van deze wereld te worden bewoond... en het is niet in haar opgekomen, dat dit huis en dat huis een en hetzelfde huis zou kunnen zijn. Elk afzonderlijk hebben zich als draden die histories voortgesponnen!...
138