'Juffrouw, het is een wijs, die ze bij ons... bij ons in de kerk ook wel zingen.'
Eerst meende de juffrouw dat ze twee wijzen met elkaar verwarde. Maar ze wist het heel zeker, ze kon het zelfs zingen en dat zou toch niet als ze het nu voor het eerst had gehoord. En ze heeft het ook gezongen, ze dorst omdat het al zo donker was, en omdat ze zo vertrouwelijk waren... en ineens zo vertrouwelijk geworden, en ze stond met haar gezicht naar het achtertuintje waar de kruiden groeien en zó schor zong ze niet of juffrouw Geel herkende onmiddellijk dezelfde wijs. Maar hoe kon dat dan toch? Dat was een dans uit een beroemde opera. En zulk een dans heet 'menuet' en die opera heet 'Don Juan' en die werd in de achttiende eeuw geschreven. Geschreven? In de achttiende eeuw? Hoort dan alles wat zoet en gebloemd is, wat blij en toch ook aandoenlijk is, tot de achttiende eeuw? Hoort dit nu ook weer erbij... hoort ook de herfst erbij, dit weer, dit tuintje, dit huis...? Worden dansen 'geschreven'? Ja natuurlijk, of je kunt ook zeggen 'gecomponeerd'... wat dacht zij dan?... Zij dacht... ze dacht helemaal niets! En hoe dacht ze zich dan dat de wijzen die ze zingen in de Synagoge daar gekomen waren? Ja, gek... ze dacht... helemaal niets... dat ze waren, vanzelf, er altijd geweest! Maar nu juffrouw Gec.1 het zegt, begrijpt ze wel dat iemand ze... hoe dan ook... maar dat ze in elk geval niet zijn gegroeid. Wel neen, en dit is uit een opera, die heet 'Don Juan' en zo'n dans heet 'menuet'...
Juffrouw Geel vroeg ook nog of ze wist wat een opera
135