tjes dansten? In de schemer wachtte ze en keek naar de lampekap en naar de rug van juffrouw Geel, die nog niet dadelijk begon, en zo leek het precies of ook de heertjes en dametjes stil stonden en wachtten en luisterden uit: de verte... naar de piano van juffrouw Geel!
Ineens sprong het in schemer op... fijne, hoge klanken... ze maakten het ademen nog zoeter en nog moeilijker tegelijk... ze deden haar beven, haar vingers werden kil, rillingen liepen over haar achterhoofd en haar rug... het was als lag ze in lauw water aan een anker te deinen. De dametjes en heertjes leefden en dansten op de muziek. Daar plotseling... herkende ze de wijs... en het was een sjoelwijs! Niet helemaal hetzelfde, hier en daar een beetje anders, maar wel duidelijk te herkennen... de wijs die ze zingen als bruid en bruidegom onder de 'goppe' staan, als er een 'gassene' in de kille is, de wijs die zo blij is en toch ook zo aandoenlijk tegelijk... En de heertjes en dametjes dansten op die wijs, of ze sloegen het dansen der anderen gade, van de trappen, aan het raam... en wie weet staan er dieper de kamer in niet nog anderen te luisteren en te kijken...
En nu is het uit... de piano zwijgt... en alles staat plotseling stil, als had het wezenlijk bewogen, zolang het muziek heeft geduurd. 'Hoe vind je die muziek?'
Mooi, o zo mooi... maar ze wilde het toch zeggen, en ze dorst, omdat het al zo donker was, en omdat ze nu zo vertrouwelijk waren.
13.4