had begrepen van de hiel, en er zelf in het vervolg een op zou kunnen zetten... en merkte dat ze niet had geluisterd en niet had opgelet, en zag waar ze naar keek. En omdat juffrouw Geel van haar houdt, en omdat juffrouw Geel niet is zoals de andere juffrouwen en meesters, wat ze trouwens van het begin af heeft geweten, dorst ze het haar vragen: zijn dit nu enkel maar vertelsels tot prentjes gemaakt, of hebben zulke mensen werkelijk bestaan... was er ooit een tijd, waarin de mensen zó leefden, zó dansten, zó wandelden en zulke kleren droegen?
Toen is juffrouw Geel eerst beginnen te lachen, ze heeft de kous in elkaar gerold en weggelegd en is haar van die tijd en van die mensen gaan vertellen. Ja, het heeft allemaal zo bestaan, en het leven is inderdaad zo geleefd... in de achttiende eeuw!
Toen waren er die huizen, en toen waren er ovale vijvers, waar zwanen spiegelden, tuinen, waar bomen hun takken over bloemperken wiegelen deden en de mensen dansten op satijnen schoentjes, over het als fluweel zo zachte kortgeschoren gras. Zulke mensen? Ja, zulke mensen... dametjes die haar glimlachende hoofdje, kijk, als deze hier... en juffrouw Geel wijst met de breipen en ze ziet nu ineens dat het hoofdje niet veel groter dan de punt van de breipen is -, zo achteruit ter zijde bogen en luisterden geleund op haar lange dunne staf met een strik erom of een boeket eraan, naar wat heertjes haar vertelden, die diep voor haar bogen, de voeten naast elkaar en kijk, als deze hier, de hand op het hart gelegd! Ja... en niet alleen
132