gen geeft nooit iemand op zijn kop, al wordt hij alle dagen in de maling genomen, al is hij de sterkste van de hele school, hij laat liever alles met zich doen. Hij is zelfs blij toe als ze hem in de maling nemen. Op die manier wordt er tenminste met hem bemoeid. Meespelen mag hij alleen, als er voor een spel niet genoeg zijn, als ze anders te kort zouden komen. Komt er dan een bij, dan gaan ze dadelijk 'duimen', en wordt hij altijd weer af geduimd. Als dat 's morgens is gebeurd, vraagt hij 's middags alweer of hij meedoen mag. Nu weet je dus wel wat voor iemand die Margarine-jongen is.
Daar komt meester Deenik de poort uitgelopen, schriften onder de arm. Even blijft hij staan, gebogen over zijn stok en gaat dan weg... maar niet de kant op naar zijn huis... hij wil er zich zeker niet mee bemoeien. De jongens uit de negende geven geen steek om wat hij zegt. En maakt hij zich driftig, dan spuugt hij bloed!!
Ze scheiden eruit. De Margarine-jongen klauterde op zijn benen en ja, hij reikt lang en breed uit boven Ka-rel en Nol, maar hij steekt geen hand naar ze uit, hij grinnikt en veegt zich de haren uit het gezicht. De anderen slaan hem nu hardhandig de sneeuw van de kleren, daar doen ze allemaal aan mee, ze gloeien, ze zijn door het wilde heen, ze gillen en tieren en tornen tegen hem op en rukken en duwen tot hij bijna weer omrolt, één rijt er zijn gescheurde mouw nog verder open maar nu vindt Karei Baard het genoeg en ze houden op ze moeten ook naar huis, het is laat,
118