van Rebbe Sander zo aardig is, en omdat ze het dadelijk begrijpt, en omdat ze het hier zo gezellig vindt, en om de zon, en om de Sokkoh, en om alles tegelijk. Grootvader heeft ook gelachen... schateren, dat doet Grootvader nooit, en de tantes... o kijk, de tantes begrijpen het niet... Tante Heintje kijkt een beetje mal en tante Roos heeft een kleur. En nu lacht ze zelf nog harder, omdat zij iets begrijpt, dat de tantes niet begrijpen.
'Weet jij eigenlijk wel, waarom je lacht?' Wat kwam er dat scherp uit bij tante Roos. Omdat ze het zelf niet begrijpt! 'En waarom lach je dan?'
O... denkt Grootvader nu ook dat ze niet zou weten waarom ze lacht? 'Aphi-komèn' betekent immers het 'nagerecht' op de Seider, en wie 'Aphi-komèn' heeft gegeten, mag verder niets 'nuttigen' en wie niets nuttigt, gaat natuurlijk dood! Zie je dus kans om muizen Aphi-komèn te laten eten, dan ben je van de muizen af. Ziet Grootvader nu wel dat ze heel goed de grap begrijpt? En stond die wij-goochem van een neef van de parnas toen met zijn mond vol tanden of niet? Neen, niet eens!
Waar denk je dat hij mee aankwam? Dat de muizen niet van 'dinnem' weten! Ongein-antwoord, ja, en waar toch Rebbe Sander raad op wist. 'Zo! Weten de muizen niet van 'dinnem'? En ze hebben gisteren pas mijn hele Gemoore opgegeten.' Ja, nu lacht tante Heintje boven alles uit —, maar dat van 'Aphi-komèn' heeft zij toch maar wel en hebben
99