Nu klaterde ook luid de bel, de eerste weifelende klepjes gedempt achter de schooldeur, dan bij 't ineens wijd-openklappen, barstend 't geluid voluit naar buiten. En 't was of de lage donkere deur nu langzaam naar zich toe ging zuigen de kinderen die verstrooid waren in een wijd cirkeldeel met de schooldeur als sterkstomwriemeld middenpunt. Troepjes tegelijk werden er opgeslokt, anderen drongen dichterbij, uit de verte holden laatkomers aan, hier en daar kwam er een, klompklepperend, boterham in de hand, uit een dichtbij smal steegje gelopen, even broos-alleen tussen de hoge hellende huizen, dan weg in 't straatgewoel, glad glippend tussen de mensen door tot hijgend, vóór sluiten, de deur was bereikt.
Bovenmeester, spiedend, keek de straat af, goedig bedoelend laatkomers-op-'t-nippertje binnen te smokkelen zonder straf, dan met doffe slag, sloot hij de deur.
Al jong leven was nu besloten in 't hoog-stugge huis, met de melaatsige gevel, waarin 't druiste van gewoel en gewring op de nauwe gangen, om de voorste kapstokken, om 'n kapstok-voor-zich-alleen.
Toen kwam Grootmoedertje gauw al eruit, oud-tevreden Jodenvrouwtje, kromgerugd onder 't vale sjaaltje dat ze altijd droeg 'om gekleed te zijn.' En door de helle morgenstraat vol lawaaiend stadsleven, slipte ze op de bultige sloffen schuchtertjes naar haar kil-donker Ghetto-tje terug.
Markie en Saartje zaten naast elkaar in de klas. Dat sprak zo vanzelf. En hoewel het tijdelijk - voor straf -naast elkaar zetten van jongens en meisjes altijd gelach gaf, met halfbegrepen toespelingen van vroegrijpe achterbuurtkinderen, die maar nuchter navertellen, wat ze opvangen hier en daar, toch ook al dingen snappend, die gelukkiger kinderen onbekend zijn nog, vond in 't sa-menzitten van Saartje en Markie niemand iets bijzonders.
Ze wisten wel, de kameraadjes, dat ze niet zus-en-broer waren, doch langs hun anders sluwe opmerkzaamheid scheen toch 't pikante van 't gevalletje af te glijden. Ze hadden 't zo geaccepteerd van de dag af, dat de twee kleine Joodjes door Markie's grootmoeder voor 't eerst waren naar school gebracht, overgeplaatst van een ande
123