wel weer een nieuwe minderheid ontwikkelen. Voor een probleem is opgelost, heeft het weer andere doen ontstaan.
De geschiedenis der mensheid heeft een lange golf van statisch karakter gekend in de primitieve periode, nu leven we in de lange golf der beschaving, welke golf dynamisch is. Maar in die lange dynamische golf zijn weer kortere golven van statische en dynamische aard in de beschavingen zelf. Dat is het rythme der geschiedenis.
Groei ontstaat dus als antwoord op een uitdaging. Doch daar vele soorten van antwoorden mogelijk zijn, daar vele vormen van druk en beproeving bestaan, zijn er ook vele soorten van groei, waardoor differentiatie ontstaat, zowel tussen de verschillende beschavingen, als in iedere beschaving zelf.
Daardoor ontstaat een andere kijk op de dingen, een andere vaardigheid, een ander ethos, zowel voor iedere beschaving, als voor delen van beschavingen. In de kunst zien we de stijl ontstaan. De Helleense stijl scheidt zich af van de Minoïsche en verdwijnt In het Orthodox-Christendom. Of de Chinese stijl maakt plaats voor de Ver-Oostcrse die een Indo-Helleense inspiratie heeft. Spengler heeft gelijk als hij dit ,,stijl”-bcgrip uitbreidt tot de gehele cultuur, wetenschappen, politiek, economie, filosofie. Maar Spengler ziet de culturen als constanten, terwijl ze wordende dingen zijn, die elkaar beï nvloedcn. Het feit dat men beschavingen kan vergelijken — en Spengler doet niets anders dan dit — bewijst dat ze exemplaren van één soort zijn, terwijl Spengler ze behandelt alsof ze ieder van een apart soort waren, een soort dat dan tevens uit één exemplaar zou bestaan, wat in strijd is met alle ervaringen omtrent groei en evolutie.
Wel is het juist dat een beschaving een bepaalde habitus verwerft. De Helleense is overwegend aesthetiseh, de Indische religieus, de Westerse technisch. Reeds de Galliërs vonden landbouwwerktuigen uit; en Gallië, randgebied der Helleense, werd de kern der Westerse beschaving. Reeds tijdens de Kruistochten vond Anna Com-mena, de Byzantijnse, dat de Westerlingen „technische barbaren” waren, Roger Bacon in de 13e eeuw is reeds een „mechanicus”. Maar men moet deze dingen niet te absoluut nemen. De Westerlingen uit de tijd van Koning-Stadhouder Willem III, vonden Peter de Grote, met zijn technische belangstelling, een barbaar.
Er is differentiatie, maar geen wezenlijk onderscheid. We moeten de beschavingen zien als pogingen van een en hetzelfde mensensoort, dat reagerend op de meest uiteenlopende omstandigheden, niet alleen naar behoud, maar ook naar vervolmaking streeft. Uit het onbekende komt dat streven op, en naar het onbekende gaat
93