zelf grotendeels overwonnen door een minderheid. Die minderheid dacht niet meer aan verbetering van het lot der massa, ze gaat heersen Inplaats van leiden. De boeren worden tot agrarisch proletariaat, de heersers verliezen initiatief en originaliteit: de maatschappij verstijft.
Groei is een serie van worstelingen die van uiterlijk naar innerlijk gaan. De beschaving wordt tot eigen omgeving, eigen uitdager, eigen veld van actie — zelfbezinning en zelfbestemming zijn het einde.
XVWat is de relatie tussen de groei van een beschaving en de individuen, tussen maatschappij en individu in ’t algemeen? Is het individu de grondvorm, of is de maatschappij het? Zijn maatschappijen organismen met een eigen leven en ontwikkeling, zoals Spencer en Spengler beweren?
Dit is niet vol te houden zonder verwarring te stichten. Natuurlijk is een absoluut individu onmogelijk; reeds de Grieken stelden het voor als een Cycloop, d.w.z. als een monster. De mensenmaatschappij is een relatie tussen menselijke wezens die tevens sociale dieren zijn. Die relatie is onmogelijk zonder instellingen, sociale mechanismen. Maatschappijen zijn instellingen van de hoogste orde — zij omvatten, zonder door andere omvat te worden. Men moet zowel de mens als de maatschappij als „krachtvelden” zien. Ieder veld omvat door zijn relaties eigenlijk het heelal, maar practisch heeft Ieder veld een beperkte werking.
Een maatschappij is een verbinding tussen individuen wier velden van actie samenvallen, zodat een gemeenschappelijk veld ontstaat. Dit gemeenschappelijk veld is de maatschappij: een veld van actie, doch geen bron van actie. De bron, is het Individu. De maatschappij speelt geen actieve rol, doch wordt veroorzaakt. Menselijke individuen en niet menselijke maatschappijen „maken” de mensen-geschiedenis, zegt Toynbee, die er op wijst, dat zulke uiteenlopende persoonlijkheden als Waker Bagehot, Eduard Meycr, Albert Schweitzer, Smuts en Bergson deze mening delen.
Iedere grote persoonlijkheid is een nieuw „soort”, niet biologisch in de gewone zin (met een extra oog), maar geestelijk. Er is geen onbewuste factor in de geschiedenis, er zijn geen onderaardse ge-dachten-stromingen, er zijn massa’s mensen die door andere mensen bewogen worden en het zijn altijd weer bijzondere persoonlijkheden die de vicieuze cirkel doorbreken, aldus Bergson in z’n „Les deux sources de la morale etc.”. „Persoonlijkheid is een nieuwe
86