Verdediging van het Westen

Titel
Verdediging van het Westen

Jaar
1947

Pagina's
298



Maar toen eenmaal de kunst op deze wijze menselijk en aards en reëel was geworden, kon niets Ter Braak weerhouden om ook andere manifestaties van het geestelijk leven, dat hij meer en meer ging begrijpen als een menselijk-maatschappelijk leven, op deze wijze te bekijken en te beschrijven. In de eerste plaats het milieu van de academie en de academische wetenschap, een milieu dat hij uit eigen ervaring kende.

De zo voor de hand liggende uitvlucht waarmee men een dergelijke critische beschouwing meent te kunnen ontkrachten, ging in het geval Ter Braak al evenmin op als in het geval Nietzsche. Want Nietzsche was op 24-jarige leeftijd professor geweest, wat als prestatie van academisch kunnen, méér dan normaal is, en Ter Braak had zijn academische studie afgesloten met een proefschrift dat aan alle eisen voldeed, en dat bovendien nog zoveel originaliteit vertoonde als interpretatie van middeleeuwse geestesgesteldheid, dat ook de critische historicus er door getroffen werd! Als iemand als Ter Braak er niet de voorkeur aan had gegeven, zijn eigen weg van onafhankelijk schrijver te gaan, dan zou hij ongetwijfeld in aanmerking zijn gekomen voor een hoogleraarschap. En zijn critiek op de academie, op de intellectuelen en op de wetenschap kon dus, evenmin als die van Nietzsche, afgedaan worden met het bekende praatje over de druiven die te zuur zijn.

Toen Ter Braak zijn dissertatie schreef, stond hij nog niet critisch tegenover de academische sfeer en de academische wetenschap, al zal hij ongetwijfeld reeds tal van oneerbiedigheden hebben gedacht en hebben geuit, maar die betroffen onderdelen en verschijnselen — niet de mentaliteit van de intellectuelen in het algemeen. Want de ontdekking dat de gemiddelde intellectueel alleen maar een monteur is, een technicus die een paar handgrepen geleerd heeft, maar dat hij in werkelijkheid niet denkt, doch alleen maar de resultaten van een denkdressuur demonstreert, deze ontdekking, of ontmaskering, werd eerst mogelijk toen kunstenaar en schoonheid ontmaskerd waren. Eerst toen gebroken was met een geloof dat als resultaat van milieu en suggestie in hem ontstaan was, maar dat toch alleen in hem ontstaan kon, omdat het een beroep deed op zijn verlangens naar wat nobel en hoog en edel was, en dat toch moest worden verlaten zodra het bleek dat men zichzelf allerlei dingen moest wijsmaken om dat geloof aan kunstenaar en kunst als bovennatuurlijke openbaringen te kunnen behouden, eerst toen kon de stroom der critiek zijn vrije loop nemen. En eerst toen werden de academie, de intellectuelen, de wetenschap en tenslotte de moraal, de religie, uiteindelijk ook de geest, op critische wijze bekeken.

286

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.