Vandaar dat de latere marxisten, alweer als vanzelfsprekend, de arbeidersklasse een wil tot zelfbehoud, een wil om te blijven leven gaven, welke wil dan in bepaalde omstandigheden samenviel met de wil tot het socialisme, zodat de arbeidersklasse „op straffe van ondergang” het socialisme moest willen.
Wat men zou moeten bewijzen, n.1. dat de arbeidersklasse een groeiende wil tot het socialisme aan de dag legt, neemt men maar als vanzelfsprekend aan, omdat anders de bus niet sluit, de rekening niet klopt, het faillissement intreedt.
We komen dus weer tot de conclusie; van socialisme kan slechts sprake zijn als het gewild wordt. Men moet reeds een idee hebben van ’t socialisme om het te kunnen willen — men moet de droom, de gedachte, het beeld van een andere maatschappij in zich dragen en bewust werken aan de verwezenlijking ervan. Zo niet, dan komt het socialisme nimmer.
Maar waar komt dan de idee van een socialistische maatschappij vandaan?
We zullen deze vraag laten beantwoorden door twee van de meest bekende opvolgers van Marx die zich met het probleem ernstig hebben bezig gehouden.
„ „Allen die praten over „de overschatting van de ideologie” *), over de overdrijving van het bewuste element, verbeelden zich dat de zuivere arbeidersbeweging uit zichzelf in staat zou zijn een onafhankelijke ideologie tot stand te brengen — en dat ze dit in werkelijkheid ook doet — op voorwaarde alleen dat de arbeiders „zelf hun lot in de handen nemen zonder zich om hun leiders te bekommeren”. Doch dit is een grote dwaling. Om dit uiteen te zetten willen we de zèèr juiste woorden weergeven die Kautsky naar aanleiding van het nieuwe program der Oostenrijkse sociaal-democratie geschreven heeft.” ”
Wie verwijst hier naar Kautsky, wie neemt hem als kroongetuige om te bewijzen dat de zuivere arbeidersbeweging (d.w.z. de arbeidersklasse in actie) gèèn onafhankelijke — en zoals we zullen zien is met dit „onafhankelijke” bedoeld „socialistische” — wetenschap tot stand kan brengen?
Het is Lenin, die in z’n brochure „Wat doen?”, die zoals men weet de grondslagen der latere bolsjewistische theorie geeft, met volkomen instemming de toen als de marxist bij uitnemendheid bekende Kautsky citeert.
J) Met „ideologie” is hier „wetenschap” bedoeld. Het verkeerd gebruik van dit woord is in de Russische beweging een vaste (slechte) gewoonte.
280