alles verkregen zal worden, b.v. ten koste van dc mede-arbciders, of door het groot en sterk maken van het vaderland of door het vóór alles handhaven van de orde en van een sterk gezag, of doordat arbeider en patroon beide onderworpen zijn aan de staat of aan de godsdienst die voor een rechtvaardige toestand zorgen, of tenslotte door het socialisme, dat zijn allemaal mogelijkc oplossingen voor grotere of kleinere groepen van arbeiders. En de talrijke niet-socialistischc oplossingen liggen voor de meeste groepen veel dichter bij dc hand dan de socialistische oplossing.
Dc practijk heeft trouwens bewezen dat overal waar arbeiders hun belangen konden dienen door groeps-egoïsme, door solidariteit met de staat tegen het buitenland, door het uitbuiten van vreemde rassen, door samengaan met hun patroons, enz. dat daar steeds de niet-socialistische oplossing zegevierde, omdat klasscbelang een abstractie is en de tientallen groepsbelangen realiteiten zijn.
En zo blijft er voor de socialist die met het klassebegrip manoeuvreert alleen de hoop over dat eens, in de toekomst, alle arbeiders hetzelfde belang zullen hebben dat op geen enkele wijze met dat van de kapitalistische klasse verenigbaar is. Als dan de arbeidersklasse niet meer in groepen uitecnvalt, als de kapitalisten er niet meer In slagen kunnen zulke aanzienlijke delen van de arbeidersklasse onmiddcllijk te bevredigen en tegen de andere arbeiders uit te spelen, dat die andere arbeiders verslagen worden, als bovendien het kapitalisme geen andere bondgenoten (middengroepen) heeft, met wie het samen sterker is dan de arbeidersklasse, en als tenslotte dc minderheid er niet in slaagt als minderheid haar heerschappij te handhaven — dan en dan eerst alleen is volgens de marxistische opvatting de klasseoverwinning aan het proletariaat en dan gaan we via de proletarische dictatuur naar het socialisme.
Doch dit is geen wetenschappelijke zekerheid, zoals de marxisten meenden — het is slechts een hoop, een hoop die zo weinig kans heeft om in vervulling te gaan dat wij gedwongen worden ons af te vragen: waarom meende Marx in dit proces een wetenschappelijke zekerheid te zien? En dan is het antwoord niet slechts: omdat hij de arbeidersklasse als een tot eenheid groeiend geheel zag, maar ook, omdat hij als vanzelfsprekend aannam dat die klasse steeds meer geladen zou worden met de wil tot het socialisme. Die wil tot het socialisme is absoluut noodzakelijk, wil het schema enige waarde hebben. Een klasse b.v. die de wil tot zelfvernedering, tot onderwerping aan en dienen van een heersende klasse in zich heeft, komt b.v. nooit zover dat zij uit haar ellende de wil tot het socialisme smeedt.
279