Yankees of rauwkost-eters en in al de andere overeenkomstige groeperingen.
Dat de binding „arbeider” sterker is dan de „binding” „Rooms” of „lang-schedelig” (denk aan de rassen-theorie en haar betekenis voor de Nazi-beweging) of „Yankee” staat in geen enkel opzicht vast. Soms handelt de arbeider als deel van de proletarische klasse, soms als onderdeel van een ras of van een natie, soms als deel van een godsdienstig 'verband, soms als deel van een psychisch op een bepaalde wijze gebouwd type.
Of een introvers, arbeider is en Rooms is, dan wel of hij intellectueel is en atheïst is, bepaalt hoe hij onder gelijksoortige omstandigheden zal handelen. Maar de arbeider die extravers en Calvinist is, zal onder overeenkomstige omstandigheden anders handelen dan de arbeider die tot een ander psychologisch type behoort en die in sociaal-democratische omgeving leeft en die de invloeden der sociaal-democratie heeft ondergaan.
Wij hebben hier nog slechts een paar van de vele invloeden genoemd die de tot een zelfde klasse behorenden kunnen ondergaan. Maar het Is duidelijk, en de praktijk heeft het onweerlegbaar bewezen, dat de tot èèn klasse behorenden in de praktijk op velerlei wijzen reageren op soortgelijke maatschappelijke verschijnselen. En aangezien het er op aan komt hoe de mensen handelen en niet in welke begrips-abstractie ze ondergebracht kunnen worden, moeten we tot de conclusie komen dat we met het klassebegrip in de prac-tijk bijna even weinig kunnen doen als b.v. met het nog veel wetenschappelijker feit dat de mens lucht moet inademen om te kunnen leven.
En afgezien dus van het vraagstuk of de klasse die Marx zag (en van welke hij zei dat ze groeit), inderdaad groeit en sterker wordt en of de kapitalistische klasse zwakker wordt; afgezien tenslotte van de vraag of de klasse die Marx zag (en van welke hij zei dat ze wel een klasse „an sich’ was, maar dat ze nog een klasse „für sich”, een bewuste klasse moest worden) werkelijk bewust geworden is — afgezien van dit alles, moeten we het als een van de grondfouten van het marxisme beschouwen, dat het met z’n klasse-begrippen werkend, de arbeidersklasse, de klasse der niet-bezitters, gelijkstelde met de kracht die in de richting van het socialisme werkt.
Hebben de arbeiders dan geen belang bij het socialisme? Ze hebben belang b.v. bij hogere lonen, bij kortere werktijd, ze hebben belang bij betere woningen, bij een vaste werkgelegenheid. Maar of dit
278