OVER WETENSCHAPPELIJK SOCIALISME
DE BETEKENIS VAN HET SOCIALISTISCH BEWUSTZIJNWat is „wetenschappelijk” socialisme? Toen Marx en Engels deze uitdrukking het eerst gebruikten, bedoelden zij er, heel eenvoudig en dus heel geniaal, alleen mee; een plan om te komen tot een maatschappij waarin vrije mensen een hoge mate van welvaart zouden genieten, een plan dat niet alleen rekening zou houden met de wenselijkheid van die socialistische maatschappij, doch ook met de mogelijkheid om haar tot werkelijkheid te maken.
Op een deel van die mogelijkheden hadden ook anderen; Owen, Fourier, Saint Simon, de nadruk gelegd. Zij hadden voor het eerst de aandacht gevestigd op de, toen nieuwe, machinale groot-indus-trie, op de toegenomen productiviteit van de arbeid, waardoor voor het eerst de materiële grondslag voor een socialistische maatschappij ging ontstaan. Er was, nadat de stoom-machine tot een zekere graad van volmaaktheid was gekomen, een organisatie van de maatschappij mogelijk die een welvaartspeil voor allen kon geven, ter-wel voordien iedere poging om een einde te maken aan de armoede der millioenen afstuitte op het eenvoudige feit, dat, als men de duizenden hun grotere porties ontnam, om die onder de millioenen te verdelen, een nauwelijks merkbare verhoging van het levenspeil dier millioenen daarvan het resultaat zou zijn. Men zou een paar duizend armen er bij hebben, de wereld zou even armoedig blijven, neen, ze zou armoediger worden, want die duizenden met hun onrechtmatig groot bezit, waren tevens de enigen, die, als groep, de wetenschap, de kunst, de beschaving droegen en bevorderden. De kans om tot die bevoorrechte groep op te klimmen was tevens de grote prikkel, de bewegende kracht in de maatschappij. Het tot stand brengen van economische gelijkheid zou tengevolge hebben dat de wereld een landbouwers- en handwerkslieden-gemeenschap werd, waarin allen op de rand van de armoede leefden en waarin iedere misoogst en iedere overbevolking tot algemene honger moest leiden, terwijl op z’n best de millioenen van de morgen tot de avond moesten zwoegen om te kunnen blijven bestaan. Dat zou voor die millioenen dus neer komen op het behoud van de oude toestand, voor enige duizenden zou het een diepe val betekenen, en in die val zou de beschaving en de maatschappelijke beweegkracht meegesleept worden. Socialisme was onmogelijk, streven naar gelijkheid was reactionnair.