Verdediging van het Westen

Titel
Verdediging van het Westen

Jaar
1947

Pagina's
298



met het lot der arbeiders gedreven in de arbeidersbeweging kwamen, meenden het ongetwijfeld goed maar zij waren, zoals allen bij wie het medelijden de hoofdzaak is (medegevoel moet natuurlijk altijd aanwezig zijn), ternauwernood intellectuelen te noemen. Waar het rechtvaardigheidsgevoel sprak was natuurlijk meer pittigheid, en waar een volledige culturele afschuw van de bestaande maatschappij tot een ethisch-aesthctisch socialisme leidde, daar had men het beste type, dat echter juist daarom op den duur ook geen vrede kon vinden met het proletarische socialisme, behalve dan als het tot het idealiseren van het proletariaat overging, — maar dan werd het politiek waardeloos. Tenslotte had men nog de baantjesjagers en degenen wier grove geest het hele schema critiekloos verzwolg. Dat laatste soort leverde dan de ergste demagogen, wier optreden juist vele van de beste intellectuelen naar de andere kant stootte.

Want juist bij de beste, de intelligentste en tegelijkertijd fijngevoe-ligste intellectuelen ontstond de situatie, waarin ze van hun eigen milieu, van hun eigen meesters, van de geldzak en de knuppel walgden, en tegelijkertijd er niet toe konden komen zich aan den nieuwen meester, het proletariaat, te onderwerpen. Meeloper te zijn, het vijfde of vijftigste rad aan de wagen van het marxistisch-proletarisch socialisme, dat is voor iemand die zichzelf respecteert geen aanlokkelijk perspectief. De geboren anti-idcoloog kan ongetwijfeld het humoristische waarderen van een positie waarin hij als het ware Iedere dag tot de arbeiders zegt: „Jullie zijn de baas, ik ben maar een meeloper, en nou als de bliksem doen wat Ik je opdraag,” maar de gemiddelde goede intellectueel heeft dat gevoel voor humor niet en ziet geen andere mogelijkheid dan buiten de politiek en de socialistische beweging te blijven en op andere gebieden, als kunstenaar, als denker, als technicus, als arts, als fatsoenlijk goedhartig mens iets te doen waardoor hij een tegenwicht vormt tegen de rotheid die hem omringt. En vele andere intellectuelen, die werkelijk niet minder behoorlijk zijn dan de gemiddelde socialistische arbeider, voelen dat het niet In orde Is met de maatschappij, maar voelen evenzeer dat ze altijd vijandig moeten blijven staan tegenover het proletarisch socialisme.

En dit gevoel is eveneens aanwezig — zoals trouwens ook met de nodige wijzigingen alle andere hierboven geschetste gemoedstoestanden — bij die groepen die niet tot de kern, maar wel tot de omgeving der intellectuele groeperingen behoren. We bedoelen hier al die groepen van de nieuwe en oude middenstand wier leden een zekere zelfstandigheid In hun functie bezitten, om het even of ze

266

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.