menten geen werkelijke macht doch alleen het Hegeliaanse schema van de ontwikkeling in klassentegenstellingen! Doch dat al die dreigementen ernstig bedoeld waren en dat de proletarische massa — opgevoed in de verheerlijking van de handenarbeid en in de haat tegen de intellectuelen — werkelijk de intellectuelen tot haar knechten wilde maken, dat bewees de Russische revolutie, die op den duur de hele oude intellectuelengroep — ook voor zover zij werkelijk van goeden wille was en met de socialisten wilde samenwerken — op enkele honderden exemplaren, meestal renegaten, na, letterlijk heeft uitgeroeid en dood gesard. Zonder ander resultaat overigens dan dat volgens de werkelijke, door Marx niet gekende, wet der ontwikkeling, die Russische arbeidersklasse onder de heerschappij der intellectuelen kwam te staan, zij het dan een nieuwe groep van vulgaire, half-ontwikkelde, soldaterige burocrato-intel-lectuelcn.
Dat een heerschappij der arbeidersklasse een onmogelijkheid is, dat is intussen voor allen die de geschiedenis kunnen lezen wel gebleken. Ook daar waar in de toekomst de intellectuelen en arbeiders samen de macht veroveren, zal de werkelijke inhoud van de overgangsperiode — haar vormen mogen nog zo democratisch zijn — geen andere kunnen zijn dan een heerschappij der intellectuelen, die op den duur overgaat in een intellectuele maatschappij van allen.
Doch intussen hebben we voorlopig te maken met het feit dat de opkomst van het proletarische socialisme de intellectuelen naar de andere kant, naar de kant van geldzak en knuppel gestoten heeft, en dat ondanks alle halfslachtige pogingen om te bemiddelen (hierbij denk ik vooral aan Hendrik de Man die de rol en betekenis der intellectuelen uitmuntend heeft geanalyseerd, doch die, zoals steeds, in laatste instantie toch alleen van het proletarische socialisme alles verwacht) de vijandschap steeds groter, de kloof steeds wijder is geworden.
Voor den intellectueel die niet over voldoende politieke scherpzinnigheid beschikte om van de aanvang af in te zien dat socialisme en heerschappij van het intellect — wat nog iets anders is dan heerschappij der intellectuelen — een en hetzelfde moest zijn en dat dus daarom ieder die het ernstig meende met het Intellect socialist moest zijn om, desnoods tegen de intellectuelen in, voor de heerschappij van het intellect te kunnen werken, werd de zaak zeer moeilijk. Wat naar de socialistische, dat is dus naar de arbeidersbeweging ging, was in vele gevallen mcnsclijk heel eerbiedwaardig en waardevol; politiek was het, met uitzondering van de reeds genoemde realisten, van twijfelachtig allooi. Z;j die door medelijden
265