intellectueel werkt met ideeën, hij gebruikt ze als zijn instrument. En de intellectuelen kunnen dus, uit de aard van hun bedrijf, het gemakkelijkst en het meest voorkomen in die groepen, die zich bezighouden met het organiseren van ideeën (kunstenaars, filosofen, wetenschapsmensen), van dingen (ingenieurs, administrateurs, hygiënisten) en van mensen (bedrijfsleiders, maatschappelijke werkers, politici, opvoeders, vakverenigingslciders enz. enz.). Het spreekt vanzelf dat er nooit een strenge grens te trekken is tussen de drie groepen: ieder intellectueel behoort voor een groter of kleiner deel tot alle drie. Evenmin kan men precies zeggen waar het intellec-tueel-zijn begint of ophoudt. De voorman en opzichter in de fabriek is „intellectueel” ten opzichte van de ongeschoolde arbeiders. De domme ingenieur of bedrijfsleider zal den opzichter beschouwen als een soort schakelaar. De bedrijfsleider die werkelijk intellectueel is, zal een soort collega in hem zien.
Maar voor wien de dingen zo bekijkt Is het duidelijk dat het aantal intellectuelen steeds groeiende is omdat onze maatschappij steeds meer en fijner georganiseerd wordt en omdat dus het aantal mensen dat een zekere hoeveelheid kennis, onderscheidingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel nodig heeft, steeds toeneemt.
Intellectueel, In de algemene zin, is men, wanneer men kennis, onderscheidingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel bezit en wanneer men, zij het dan ook nog zo vaag, voelt dat de wereld door die drie factoren geleid en bestuurd behoorde te worden. Maar als men erkent dat de drie genoemde factoren uiterst belangrijk, ja onmisbaar zijn — zonder ze daarom te vergoddelijken, tot de hoogste of tot de enige waarden te verheffen, immers de strijd daarover gaat geheel buiten het probleem van de belangrijkheid van het intellect en van de positie der Intellectuelen om, men kan heel best de maatschappelijke betekenis van intellect en intellectuelen erkennen en toch andere dingen hoger schatten en men vertroebelt alles indien men, inplaats van de intellectuelen-kwestie te behandelen, aan de orde gaat stellen welke hiërarchie der waarden men wenst —, dan zal men daardoor vanzelf in verzet komen tegen de thans bestaande maatschappelijke orde en nog veel meer tegen de orde die hier en daar al gezegevierd heeft en die ons allen bedreigt: het fascisme.
Immers kennis, onderscheidingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel kunnen niet tot een werkelijke ontplooiing komen in een wereld waarin het geld heerst en waarin ze op zijn best vechtend en sluipend tot een of ander compromis met het geld en met de door het geld gekochte en bestuurde knuppels kunnen komen. Zo
262